De dood van mijn poes (1996)

Het was niet de mooiste, niet de liefste ook niet de slimste van alle poezen en toch was ik wel dol op Dikke Wim (DW). Juist om zijn onhandigheid, om zijn aanhankelijkheid en zijn onverstoorbaarheid. Maandagochtend is Wim gestorven. Hij ligt begraven in de tuin van mijn zomerhuisje, onder de sering.

Het is heel snel gegaan. Zes weken geleden werd hij steeds kieskeuriger met eten. Hij at steeds minder, gewoon blikvoer werd te min bevonden, alleen blikjes zeevis (geen zalm), tonijn en sardien konden ermee door, en dan alleen verse blikjes, geen voer uit reeds aangebroken blikjes die in de koelkast hadden gestaan. En hij ging heel hard knorren bij de reuk van hart, rauw runderhart

Hij werd magerder, maar ik dacht dat het kwam door de verhuizing. De eerste week in het zomerhuis waren de katten  in de war, het nieuwe huis, voor het eerst buiten, allemaal spannende dingen die voor een kattenleventje erg ingrijpend zijn. Maar de veranderingen in het lijf van DW waren op een gegeven moment niet meer te ontkennen. De zware kater was veranderd in een magere kat met een enorm dikke buik. Zijn brede kop was veranderd in een smal kattekopje, zijn buik was zo opgezet dat hij nog maar nauwelijks door de kattenluikjes kon. Met wat hangen en wurgen ging het nog wel.

Veertien dagen geleden ving hij nog twee muizen, ’s morgens vroeg stapte hij naar buiten en nog geen vijf minuten later was hij weer terug met een bruine muis in zijn bek. Trots als een pauw legde hij het inmiddels geknakte beestje voor mijn voeten. Dat hoort bij het buitenleven. Ik had al besloten om de katten een belletje om te binden om vooral vogels een faire kans te geven. Zo gezegd, zo gedaan, maar de volgende dag was het, met belletje, alweer raak. Met de muis, een kleine grijze dit keer, klom hij door kattenluikje nummer een naar het klompenhok en vervolgens door luikje nummer twee naar de keuken.

Daarna ging het snel bergafwaarts. Hij lag veel op het logeerbed, ging nog wel naar buiten maar bleef stil zitten onder de struiken bij het terras. Hij kwam niet meer in de slaapkamer beneden. Hij zat niet meer op de vensterbank naar buiten te kijken. En ook klom hij ’s avonds niet meer op mijn schoot, wat hij altijd heel graag deed, tot grote ergernis van zijn zuster Corrie die hem dan, als ze de kans kreeg, in zijn staart beet.

‘Ah joh, hij heeft wormen’, zei mijn buurvrouw, die altijd veel beesten heeft gehad. DW kreeg een wormenkuurtje. Kat tussen de knieen geklemd, bek open en vier pilletjes naar binnen gewerkt. Hij protesteerde nauwelijks, er ging nog wel een klauw omhoog, maar hij sloeg niet toe. Maar het hielp niet, het waren geen wormen. Woensdag zag ik hoe hij van het logeerbed op de grond sprong. Het was geen springen meer, hij liet zich min of meer vallen en hij strompelde naar de keuken, waar hij wel water dronk, maar niets meer at. Met heel veel moeite kreeg ik er nog wat gehakt in. Ik besloot dat het tijd werd om naar de dierenarts te gaan. Woensdagavond zette ik hem in de kattenmand en ging naar de dierenkliniek hier in het dorp. Een aardige arts onderzocht Wim en kwam al heel gauw tot de conclusie dat het echt mis was: een tumor van de milt. Daar is niets aan te doen. We besloten dat het nog te vroeg was om DW al te laten inslapen, hij keek nog heel wakker uit zijn ogen. Maar als ik dacht dat het te erg werd, kon ik op ieder moment langs komen. ’s Avonds lag hij languit voor de brandende houtkachel.

De laatste dagen ging het alleen nog maar achteruit. Vanaf donderdag heeft hij niet meer gegeten. Hij lag niet meer op het logeerbed maar kroop eronder. Hij liet zich nog wel graag aaien en knorde als vanouds. Zaterdag ging hij nog op eigen kracht naar buiten en liep wat rond te snuffelen, lag lang op zijn plekje bij het terras en kwam ook weer op eigen kracht naar binnen. Zondag bleef hij onder het bed liggen. Ik heb hem naar buiten gezet, de zon scheen. Hij kroop helemaal weg onder de struiken en bleef daar liggen, ook toen het zachtjes begon te regenen. Hij wilde niet meer eten en ook niet meer drinken. Tijd om in te grijpen, vond ik.

Maandagmorgen heel vroeg heb ik hem naar de dierenarts gebracht. Hij liet het allemaal gebeuren, hij besefte het niet meer. Op mijn knieen, pootjes gevouwen onder zijn brede lijf, blies hij de laatste adem uit. Gelukkig kon ik hem mee naar huis nemen. En daar ligt hij nu, onder de sering.

Corrie heeft hem geen moment gemist. Ze is een concurrent kwijt en voelt is nu echt de baas in huis.

(Naar De dood van mijn Poes, Jac van Looy, 1889)

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in Feiten en meningen en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

8 reacties op De dood van mijn poes (1996)

  1. Marja zegt:

    Ja, zo gaan die dingen. Ik hoop dat hij niet heeft geleden.

    Like

  2. assyke zegt:

    Gelukkig alweer een tijdje geleden!
    wat een dappere kat was dat, zo ziek en dan nog
    zijn jachtinstinct op peil houden…al heeft het dan niet mogen baten.

    Het advies van de arts dat het nog te vroeg was, verbaast me,
    had hij dan geen pijn?

    ik heb maar één kat laten inslapen
    en dat was een heel bijzondere ervaring,
    dat ik nooit meer vergeet
    de andere katten waren op een dag gewoon verdwenen.
    Wat ik als veel erger heb ervaren.

    Like

  3. Droevig verhaal, moest er even flink van slikken. Mijn verdriet over het in laten slapen van mijn hond is nog vers. Laat ik het zo zeggen, het gaat je niet in je koude kleren zitten. De beelden komen bij mij steeds weer terug, probeer ze hardnekkig te verdrukken door constant afleiding te zoeken.
    Een dier blijft altijd voor zijn leven vechten, maar DW was er aan toe. Je ziet het volgens mij ook in hun ogen, wanneer ze niet meer willen. Toen ik mijn (mishandelde) broodmagere hond (8 maanden oud toen) binnen kreeg, waren zijn ogen gebroken, dof, dood, hij had zich bij de dood neergelegd. Gelukkig heeft hij het toen gered. Hij is ruim zestien jaar geworden.
    Sterkte Wllm.

    Like

  4. dickblogt zegt:

    Excuses dat mijn “zeikerd” deze wonde weer openreed. Was niet mijn bedoeling. Jouw verhaal daarentegen doet mij weer aan mijn schoonmoeder denken, dus we staan weer quitte.

    Like

  5. mirosjabin zegt:

    @ zand erover!

    Like

  6. Herman zegt:

    Sterkte! Mijn poes is ook van die leeftijd en daar gaat het nog goed mee, maar ooit komt de tijd….. Die tijd, daar zie ik tegen op.

    Like

  7. Filip zegt:

    Ook wij houden steeds twee poezen in huis, valt er eentje weg dan komt er een nieuwe kitten bij, meestal is het dan een reddingsproject. Vorig jaar liet onze 13 jarige rode loebas Roger het leven toen hij werd opgeschept door een auto. George, onze zwarte kater bleef alleen achter maar niet voor lang. Algauw kwam een vondelingetje op ons pad van nog maar een paar dagen oud. Charly -zo hebben we hem genoemd- werd volledig met de hand groot gebracht.
    Curieus genoeg lijkt zijn oogopslag heel erg op die van onze betreurde Roger die we in de tuin begraven hebben.

    Like

    • Wllm Kalb zegt:

      Mooie herinnering. In oktober besteedde ik op mijn blog ook aandacht aan de dood van Joscka en Castor, twee weken na elkaar.
      Als ik weer terug ben uit Spanje gaan we in het asiel weer twee poezen uitzoeken.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s