De man in het bos

P1020175

Odile liep met de Duitse herder het bos in. De hond liep los en snuffelde wat, liep vooruit en kwam weer terug, bleef staan, verdween en verscheen weer als ze hem floot. Dat ze kon fluiten vond haar vader vreselijk. Caesar heette de hond van haar tante Jo. Hij luisterde goed en als ze bij de weg kwamen, maakte ze riem vast. Ook floot ze hem terug als er een andere hond aan kwam. Niet dat de hond iets deed, maar vaak waren het de eigenaren die angstig naar de grote herder keken. Op haar vrije donderdagmiddag ging ze altijd eerst langs bij het huis bij haar tante.  Ze dronk thee in de keuken bij Mientje want tante Jo lag dan boven te rusten. Mientje was meestal bezig met de afwas, want er werd in het grote huis nog ’s middags warm gegeten. Caesar had ze dan al begroet en losgelaten in de tuin. Terwijl ze haar thee opdronk in de keuken, zat de hond te wachten bij de benedendeur. Als ze dan, met de riem in haar hand, naar buiten kwam, was de hond uitzinnig van vreugde en probeerde tegen haar op te springen. Hij wist dat dat niet mocht, dus bleef het bij een halve poging en wat zacht geblaf. Dan realiseerde ze zich hoe dol ze op die hond was en hij op haar.

De man stond plotseling naast haar. Een oude jas hing open. Hij droeg legerlaarzen en een bruine corduroybroek. ‘Lekker ding’, zei hij. Hij ademde door zijn mond die half open stond. Hij droeg een bril met vuile glazen en had een pluizig baardje. Zijn handen waren begraven in de zakken van zijn broek en ze zag ze daar bewegen. Ze was niet bang. De hond stond iets verder op te wachten en keek toe. De man maakte zijn broek los en haalde zijn donkerrode geslacht te voorschijn. Hij rukte er aan. Odile keek geschokt maar ook nieuwsgierig toe. ‘Pak hem maar gerust beet’, zei de man en met zijn vrije hand greep hij haar bij haar bovenarm. Odile rukte zich los en liep naar de hond, die nu begon te blaffen. De man verdween schielijk in de bosjes. Ze liep snel door. Ze had het warm gekregen. Een enorme gloed ging door haar hele lichaam, haar wangen waren vuurrood.

Nooit zou ze aan iemand vertellen wat er gebeurd was. Dat rode ding dook nog jarenlang op in haar dromen. Op het pad naar het huis, het pad bergafwaarts, lagen boomwortels vervaarlijk dwars over het pad. Toen was ze er met gemak overheen gestapt.
———————————————————————————————– Fragment van een lang verhaal dat nog in de la ligt om afgemaakt te worden.

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in Feiten en meningen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s