Herinnering aan Jemen 1975 -1 – aankomst in Sana’a

yemen_0003Vrijdag 29 augustus. We werden geïnspireerd door de film 1001 nacht van Pasolini, die deels in Jemen is opgenomen. Prachtige landschappen, sprookjesachtige steden. We hadden uitgevonden dat Jemen pas sinds een paar jaar open stond voor toeristen en  maar weinig voorzieningen had. Nog begin jaren zestig was het een volkomen afgesloten sultanaat in het zuidwesten van het Arabisch schiereiland, na een burgeroorlog was het land nu vrij en onafhankelijk. De Fransen hadden het vanuit Djibouti leren kennen en organiseerden als eerste groepsreizen. We bezoeken fotografe Violette Cornelius in de Molsteeg, ze werkte drie jaar in Jemen voor de UNESCO. Ze vertelt er enthousiast over en geeft ons veel tips. Nouvelles Frontieres organiseert vanuit Parijs tochten naar dat bizarre land en daar maken we gebruik van.

fotografe Violette Cornelius

fotografe Violette Cornelius

Een uur te vroeg staan we dan in de vertrekhal van Le Bourget. We bekijken de voorbijgangers en vragen ons af wie van hen ook naar Jemen zal gaan. Veel zullen het er niet zijn, het land is nog zo onbekend. Met veel moeite kregen we uiteindelijk een visum in ons paspoort.
Om vier uur melden we ons, zoals afgesproken bij het loket van Syrian Airlines. Er staan een stuk of vijftien rugzaktoeristen bij de balie, onze medereizigers. De man met de kaartjes is er nog niet. Wachten. Tegen vijf uur komt hij. We kunnen door de douane. Weer wachten. Om kwart over vijf mogen we naar de Caravelle.

Veel te laat gaan we eindelijk de lucht in. Van de Syrische stewardess krijgen we wat te eten, het smaakt naar plastic. Als we Rome naderen begint het te onweren. Het kleine toestel schudt en schommelt. Na de stop in Rome wordt het rustiger. We vliegen in het donker naar Damascus. Het vliegtuig naar Sana’a komt pas om zeven uur. Weer wachten, in een grote hal waar weinig te beleven is. Foto’s van toeristische hoogstandjes, Arabische muziek uit een draagbare radio, popmuziek uit een luidspreker verderop. We krijgen een gratis drankje aangeboden, Arabische gastvrijheid. We praten wat met onze medereizigers, allemaal Fransen, maar de gesprekken vlotten niet erg. Iedereen is wat landerig van het lange wachten en ons Frans is niet zo perfect en zij spreken nauwelijks Engels. Een aantal van hem zal als groep met een gids door het land reizen, wij gaan alles op eigen houtje doen.

imagesZaterdag 30 augustus. Als we met een busje het platform oprijden wordt het licht en zien we dat het vliegveld midden in de woestijn ligt. Van Damascus zelf is niets te zien.
Tegen half elf vliegen we eindelijk boven Jemen, dat vreemde land waarover we nu al zo veel hebben gelezen kunnen we nu eindelijk met eigen ogen bekijken. We zien vooralsnog een ruig berglandschap met hier en daar kleine stukjes groen en dicht tegenelkaar wat bruine huizen. Dan gaat het allemaal erg vlug, daar doemt het piepkleine vliegveld van Sana’a op. Even later staan we aan de grond.

Het eerste wat we merken als we naar buiten komen is het verblindende licht en de prettige, zomerse temperatuur. Het luchthavengebouw is gloednieuw en gebouwd in Jemenitische stijl. De verkeerstoren heeft veel weg van een minaret. Er lopen veel mensen rond, veel soldaten vooral, er zijn overal bloemen. Als Peter zijn filmcamera richt op een zeer oude Dakota van Yemen Airlines wordt hem dat nadrukkelijk verboden  Het duurt lang voordat alle formaliteiten zijn vervuld. De Jemenieten hebben moeite met het ontcijferen van onze lettertekens en alle visa worden gecontroleerd aan de hand van lange lijsten vol Arabische tekens die wij weer niet kunnen lezen.

De bagage ligt ergens op een grote hoop in een hoek van de hal. Mijn slaapzak is losgeraakt van mijn rugzak en nergens te vinden. Er komt iemand die ons wil helpen en dan gebeurt wat nog heel vaak zal gebeuren: de goede man spreekt alleen Arabisch en wij kunnen in het Arabisch alleen nog maar goedemorgen en goedenavond zeggen. Het wordt dus wijzen en knikken, gebaren maken. Wonderwel begrijpen we elkaar en komt zelfs de slaapzak tevoorschijn.
Met een paar Fransen bemachtigen we een taxi. De chauffeur met een prachtige wapperende hoofddoek weigert eerst om zes passagiers mee te nemen, hij wil er niet meer dan vier. Later zullen we dat wel anders meemaken, we hebben geleerd dat, als je maar genoeg propt, er wel zestien mensen in een taxi gaan. Door vol te houden vertrekken we dan toch maar met zijn zessen.

Unknown-3Sana’a ligt tien kilometer verder, na een tijdje zien we uit het stof van de weg de stad opdoemen. Veel minaretten, hoge vierkante gebouwen. De ramen zijn klein, geen twee ramen zijn hetzelfde. De kozijnen zijn bestreken met witte kalk en ook langs de randen van de platte daken zijn witte versieringen aangebracht.
Met de taxi rijden we de stad binnen. We gaan een stuk langs de hoge, oude stadsmuur, een lemen wal die aardig aan het verzakken is en komen dan in een brede straat vol moderne huizen, betonnen flatgebouwen van vier, vijf verdiepingen hoog. Ze zijn erg lelijk en steken schril af tegen al dat moois van de oude stad.

We zijn erg moe en zouden het liefst ergens neervallen en direct gaan slapen, maar in het hotel waar we zijn achtergelaten is pas tegen de avond een kamer vrij. Peter probeert dan ergens anders een kamer te boeken, als de hotelier dat doorkrijgt wordt hij opeens toeschietelijk: we kunnen direct een kamer krijgen. Een rustige kamer aan de achterkant van het hotel met een prachtig uitzicht op de oude stad. Naast de kamer is een douche die het ook nog doet en een Arabische hurk-wc.

We slapen eerst een uurtje en trekken dan de stad in. Vlak bij het hotel is een kleine markt. Het is er een gekrioel van mensen, bijna alleen mannen, de meesten dragen een tulband, een geborduurde lap om het hoofd geknoopt, de punten hangen los over hun schouders. Ze dragen een wijde witte rok tot op de enkels die met een stevige riem om hun middel is vastgesnoerd. Verder dragen ze een overhemd of een trui met daaroverheen een colbertjasje, meestal zeer oud. Er zijn maar weinig mannen die behoorlijke schoenen dragen, jonge jongens lopen meestal blootsvoets, anderen hebben versleten oude schoenen aan of plastic sandalen.

Unknown-2Er zijn twee dingen die direct opvallen: het voortdurende lawaai en de vreemde geuren die overal doordringen. Lawaai van de altijd claxonnerende auto’s, het geroep van de vele kooplieden, het gebalk van ezels, het geblaf van honden die overal rondzwerven en nergens bij lijken te horen. De geuren komen van de kruiden die liggen opgestapeld, de etensgeuren die uit de huizen komen, maar ook het rottend vuil dat overal in de hoeken en gaten tussen de huizen te vinden is.

Bij de groentemarkt even verderop zien we voor het eerst ook vrouwen. Bijna allemaal zwaar gesluierd, gehuld in alles bedekkende omslagdoeken, allemaal van dezelfde kleur: vaalblauwe met grote gele en rode vlekken erop. Ze worden gemaakt in de enige textielfabriek die er in Jemen te vinden is, gebouwd door Chinezen. Sommige vrouwen zijn helemaal in het zwart. De prachtige dunne stoffen waarvan hun sluiers zijn gemaakt zijn doorweven met gouddraad.

De groentemarkt ligt aan een droge rivierbedding die dwars door de oude stad loopt. Het grootste deel van het jaar stroomt er geen water door en doet deze wadi dienst als verkeersweg. De mensen uit de dorpen rond Sana’a zijn naar de stad gekomen met verse groenten: tomaten, witte wortelen, uien, aardappelen, kool en veel groenvoer voor het vee. In de restaurantjes waar we meestal eten krijgen we nauwelijks groente. Af en toe hebben we enorme trek in een lekkere bak frisse sla. Wel zijn er dadels en noten, onder andere heerlijke pistachenoten.

images-3Die eerste avond gaan we opnieuw de oude stad in en we belanden dan in de souk, het geheel van smalle straatjes waar de werkplaatsen zijn van de handwerkslieden die er hun producten verkopen. Het is allemaal zeer schilderachtig, we voelen ons overgeplaatst in de sprookjeswereld van duizend-en-een nacht. De dikke bundels elektriciteitsdraad die links en rechts zomaar over de weg hangen maken ons duidelijk dat we wel in de twintigste eeuw zijn. Veel winkeltjes hebben een olielamp aan, het gele licht, de kleuren en geuren alles bij elkaar laten een onvergetelijke indruk achter. We hebben deze eerste avond de camera’s niet meegenomen, maar dit vraagt om een uitvoerige reportage. Natuurlijk verdwalen we, we komen tenslotte uit bij een van de stadspoorten en een druk plein. We hebben een zeer  eenvoudige plattegrond van Sana’a, maar de omstanders begrijpen daar niet veel van. Mannen sturen ons buiten de oude stad om, maar daar is het volkomen donker, we keren weer terug in de hoop dat we iets herkennen. Dan is er iemand die met ons meeloopt, het blijkt maar een klein stukje te zijn, daar is het Al Zarah hotel al en we vallen vermoeid in slaap.

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in Feiten en meningen en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Herinnering aan Jemen 1975 -1 – aankomst in Sana’a

  1. Fenny zegt:

    Wat romantisch……via een film van Pasolini in Jemen terecht komen. Een schitterend verslag wat smaakt naar meer!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s