Herinnering aan Jemen 1975 -2 – Rondkijken in Sana’a

Whadi Dhar

Whadi Dhar

Zondag 31 augustus. De zondag is hier geen zondag, die valt op vrijdag. We blijven nog een paar dagen in de stad en willen op ons gemak de omgeving bekijken. We gaan naar het drukke Tahrirplein. Aan de ene kant ligt de oude stad, aan de andere kant van het plein begint de nieuwe stad met veel moderne gebouwen. De afgelopen jaren hebben een aantal socialistische landen Jemen flink geholpen. Opvallend is het foeilelijk postkantoor, een geschenk uit Oost-Berlijn. Daar moeten we zijn om de brieven van Violette te bezorgen die we voor haar hebben meegenomen. Het kost nogal wat moeite om de postbussen te vinden en inderdaad, zoals Violette al had verteld, we moeten de jongen die er een beetje niks zit te doen wat geld betalen om de brieven in de bus te mogen doen. Zo gaat dat hier.

Tahrir plein

Tahrir plein

Er bestaan in de oude stad van Sana’a geen adressen zoals wij die kennen, slechts enkele brede straten hebben een naam. In de oude stad is het zo’n wirwar van straten en steegjes dat geen enkele postbode ze uit elkaar zou kunnen houden. Iedereen die verwacht ooit  post te krijgen huurt daarom een postbus of maakt gebruik van jongetjes van een jaar of tien die voor een paar centen allerlei kleine boodschappen voor je doen. Die weten waar ze moeten zijn: bij de neef van Hassan de hoek om en dan het derde huis rechts helemaal boven, of zo.
Daarna gaan we naar het museum gevestigd in een van de hoogste gebouwen van de stad, een deel van het voormalige paleis van de sultan. Vanaf het dak hebben we een prachtig uitzicht over de oude stad. Een jongeman uit Ethiopië die goed Engels spreekt nodigt ons uit om bij hem langs te komen in de plaats waar hij aan het werk is. Hij doet bodemonderzoek voor een Duitse firma die de weg aanlegt tussen Sana’a en Taïz in het zuiden.

Sana'a Nationaal Museum

Sana’a Nationaal Museum

’s Middags lopen we zomaar wat rond, er is zoveel te zien. Sommige huizen hebben zichtbaar geleden onder de recente zware regenval, mannen zijn al in de weer om de schade te herstellen, alles heel primitief met de hand.
We belanden opnieuw in de soek, waar het nu veel rustiger is dan gisteravond. We komen terecht in het straatje van de goud- en zilversmeden. Veel Joodse zilversmeden zijn vertrokken naar Israël, er zijn nog maar enkele Joden over in de stad die eeuwen lang een bloeiende Joodse gemeenschap kende. We eten in een eenvoudig eethuisje in de buurt van het hotel. De uitbaters begroeten ons hartelijk, we krijgen bonen, tomaten en iets dat lijkt op een leverragout. We drinken Jemenitische koffie, een slappe bak, met melk uit een blikje dat uit Friesland komt.

Maandag 1 september. We ontbijten beneden in het hotel. We kunnen daar een ‘echt’ ontbijt krijgen met broodjes, ranzige boter en vieze jam en koffie of thee naar keuze. Er is een jongen die wat Engels spreekt, maar het kost veel geduld om hem naar ons tafeltje te krijgen, zo druk heeft hij het. Tussen de tafels door lopen allemaal kleine jongens om iets te verkopen, vaak sigaretten per stuk, lucifers en ook kranten, dagenlang dezelfde.

Die middag willen we naar Whadi Dhar, een plaats zo’n tien kilometer buiten de stad waar het vroegere zomerverblijf van de sultans staat. Als we weer op het Tahrirplein zijn zien we een hele stoet vrachtauto’s voorbijkomen met soldaten in kleurrijke uniformen. Er zijn veel mensen op de been die nieuwsgierig toekijken. Er komen nog meer auto’s aan en motoren. Dan in een open Mercedes de president, omgeven door een stoet lijfwachten in prachtige blauwe uniformen. Het gaat te snel om deze wat operetteachtige optocht te kunnen fotograferen,. Later horen we dat hij terugkwam van een succesvol staatsbezoek aan Irak.
Het duurt even voordat we het systeem van de collectieve taxi’s doorhebben. De auto’s met een bepaalde bestemming hebben hun vaste vertrekpunt. Na wat zoeken en veel vragen vinden we de plek waarvandaan de taxi’s naar Whadi Dhar vertrekken. Er staat al een oude auto klaar met al een paar mensen er in, maar dat betekent nog niet dat de auto weg kan rijden want de taxi moet namelijk vol zijn, dat wil zeggen propvol. Na een half uurtje wachten vindt de chauffeur het welletjes, hij heeft veertien passagiers aan boord. Zo hobbelen we over de stoffige weg naar Whadi Dhar.
Unknown-6Onze medereizigers zijn in een uitstekende stemming, vooral vanwege de qat die ze net hebben gekocht en deels al achter hun kiezen hebben gestopt. Qat is de nationale softdrug die door vrijwel iedereen gebruikt wordt en het hele leven lam legt vanaf een uur of twee in de middag. Het zijn de jongen blaadjes van een ligusterachtige plant die vrij hoog in de bergen groeit. Het verbouwen van qat heeft de koffieplant zelfs verdrongen. ’s Morgens rond een uur of tien komen de eerste bundeltjes qat op de markt en iedereen zorgt ervoor dat hij zijn portie voor het middaguur gekocht heeft. De mannen gaan daarbij zorgvuldig te werk. De qat wordt bekeken en betast om te zien of de blaadjes wel vers zijn. Na de koop worden de takjes zorgvuldig weggestopt in groen plastic.

Unknown-7Na de middag zie je overal groepjes mannen bij elkaar zitten die qat kauwen. Ze stoppen de blaadjes als een tabakspruim achter hun kiezen. De bobbel achter hun wang kan wanstaltig groot worden! Ook vrouwen gebruiken qat, maar doen dat binnenshuis. In een land waar alcohol vrijwel onverkrijgbaar is, is qat het middel om de dagelijkse zorgen te vergeten. Het hoort bij dit land, er zijn slechts enkele mensen die er schande van spreken en het zouden willen verbieden.
In de taxi krijgen we ook een takje qat aangeboden en beleefdheidshalve stoppen we een paar blaadjes in onze mond, maar lekker is het niet, erg bitter. Je moet er erg lang op kauwen om ook maar een beetje high te worden, maar daar hadden we de tijd niet voor. Na een half uurtje worden we gedropt bij een paar schamele huisjes bij een rivierbedding.

yemen_0012Het is hier heerlijk stil. Er zitten wat mannen in de schaduw van een grote boom te kauwen, ze wijzen ons de weg naar het oude zomerpaleis, we hoeven de wadi maar te volgen. Inderdaad, daar op een hoge rots staat het grote gebouw, goed onderhouden, het wordt verbouwd tot een hotel. Overal om ons heen kleine akkertjes en tuinen. De rust doet weldadig aan na alle stof en lawaai van de grote stad. We sjouwen wat rond. Af en toe zien we vrouwen schielijk wegvluchten. Steeds kijken ze nieuwsgierig vanachter de deur naar die vreemde mannen die zomaar langs hun landjes lopen.

Bij een kruispunt staat voor een huis een bankje buiten en er is het onvermijdelijke reclamebord van Canada-dry dat we tot in de verste uithoeken van het land zullen tegenkomen. We bestelen thee bij twee kleine jongens die vreselijk veel lol hebben om die rare buitenlanders die zomaar zijn neergestreken bij hun uitspanning.

yemen_0030

altijd, overal nieuwsgierige kinderen

We zijn van plan om langzaam terug te lopen naar de stad, maar al na een paar minuten stopt er een Landrover die ons een lift aanbiedt. Het is de secretaris van de Duitse ambassade. Herr Daum wil ons graag iets van de omgeving laten zien. We komen aan bij een rotspunt vanwaar we een prachtig uitzicht hebben over de vallei. Dan wil Herr Daum de kortste weg nemen naar de stad, dwars door de akkers en velden. Kleine afscheidings-muurtjes vormen echter beduchte obstakels. Zeker nu het donker is moeten we terug zoals we gekomen zijn.

Na lekker gedoucht te hebben gaan we om te eten terug naar het adres van de vorige avond. We worden verwelkomd  als oude vrienden en krijgen vis en grote gekookte aardappelen en een saus die nog het meest op stopverf lijkt. Achter ons zitten ook westerlingen en we vragen ons af of het Denen of Nederlanders zijn. Het blijken Nederlanders te zijn (uit Drenthe). Bij de koffie schuiven ze bij ons aan. Rob en Esther werken in he noorden, in de stad Sada’h, in een klein hospitaaltje dat door een christelijke organisatie wordt gerund. Rob is al twee jaar in Jemen en weet ons erg veel over het land te vertellen, vooral over het zeer conservatieve noorden. Hij raadt ons aan langs te gaan bij het ziekenhuis, er werken daar meer Nederlanders, ze zullen het erg leuk vinden om ons te ontmoeten.

Dinsdag 2 september. We ontbijten in het hotel, zeer luxueus, er is zelfs kaas. Het ontbijt kost 13 Rial. Voor een keertje kan dat wel. Dan gaan we de stad in, op zoek naar het Tourist Office dat echt moet bestaan. Het is even zoeken, we gaan eerst een soort kazerne binnen met veel soldaten. Achter alweer een poort bevinden zich allerlei overheidsdiensten. Het is er erg druk, mensen verdringen zich bij een soort portier, ze zwaaien me papieren, maar worden steeds weer teruggeduwd. Anderen wachten gelaten, gehurkt in de schaduw.
Wij lopen gewoon door en kruipen door een zeer lage deur. We kunnen er pas om negen uur terecht en moeten wachten. We gaan terug naar de drukke straat waar veel te zien is: kinderen die eindeloos spelen met zelf gefabriceerd speelgoed, ruziemakende bedelaars, straatkappers, schrijvers en verkopers van van alles en nog wat.
We zien ook mannen verdwijnen achter een stenen muurtje en na een tijdje weer teugkomen. Uit nieuwsgierigheid ga ik ook maar eens kijken, het blijkt een enorm openbaar toilet te zijn, een braakliggend terrein waar overal grote dikke drollen liggen. Het stinkt er enorm en tussen dat alles zit een man op zijn hurken, de rok kuis om zijn knieën geslagen, rustig te poepen. Hij knikt me vriendelijk toe.
Op het kantoor van het ministerie worden we om negen uur nurks te woord gestaan in een stoffige ruimte waar overal papieren rondslingeren, ook bovenop de kasten liggen papieren, al jaren waarschijnlijk. We hebben toestemming nodig als we naar het noorden willen reizen.

yemen_0026’s Middags gaan we naar Hoddah, een dorp niet ver van Sana’a. Het duurt lang voordat we een taxi vinden die ons wil meenemen, maar na een klein uurtje zitten we weer in een propvolle taxi met qat kauwende mannen. In het dorp is niet erg veel te zien, er staat een gloednieuwe school die erg contrasteert met de armoedige huizen. Er zijn hier veel qat-plantages, goed afgeschermd door doornstruiken die indringers tegen moeten houden. Na wat rondgekeken te hebben besluiten we teug te lopen naar de stad. Het is hier erg mooi, langzaam lopen we vanuit de bergen naar beneden naar de vlakte. Af en toe komen we kinderen tegen die met hun schapen of geiten onderweg zijn. De jongetjes roepen ons van alles toe, de meisjes staan stil en verlegen te kijken. Een eenzame boer geven we wat sigaretten, een man die langskomt met een ezelkar kijkt alsmaar achterom net zo lang tot we uit zijn gezichtsveld zijn verdwenen.
imagesOp het balkon van onze kamer drinken we thee en lezen nog wat. We gaan eten in een van de duurste hotels, het Mocha-hotel. Het restaurant bevindt zich op de vijfde etage, van daaruit hebben we een prachtig uitzicht op de stad. We worden vorstelijk bediend, het eten is heel behoorlijk, maar wel erg duur. Dat kunnen we maar een enkele keer doen! Ze draaien mooie muziek op een bandrecorder, o.a. Fairuz.
Wat een voorrecht om hier zomaar te kunnen ronddwalen.

Zwartwit foto’s Wllm Kalb
Zie ook Herinnering aan Jemen 1975 -1 http://wp.me/p1MauM-1oK

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in Feiten en meningen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s