Het Hoekje – een kerstverhaal

Waarom dit wegrestaurant het Hoekje heet begrijpt niemand. Het ligt gewoon aan een doorgaande weg tussen Den Haag en Leiden, geen hoek te zien. “Mensen komen hier vooral voor de koffie”, vertelt Janet die er bedient. De koffie smaakt er naar vergif, maar wel een lekker vergif. Je kikkert er helemaal van op. “Wil je iets eten? vraagt ze. “Onze specialiteit is Kip van het Huis, kipfilet met boontjes, aardappelpuree en lekkere jus. Vooral die jus is geweldig. De mensen vragen daar altijd om”, vertelt Janet terwijl ze een doekje over het tafeltje haalt. “Doe die dan maar, de kip”, zegt Lester.

Het Hoekje heeft acht tafeltjes en je kan ook aan de bar zitten. Het is er netjes. Het schoonmaakmiddel waarmee die ochtend de vloer is gedaan is nog te ruiken. Voor het raam hangt kerstversiering en op de bar staat een klein kerstboompje met gekleurde ballen.

Lester zit aan het tafeltje bij het raam, met uitzicht op de parkeerplaats. Aan de bar zitten twee chauffeurs die een vreemde taal spreken. Janet zet geroutineerd het bord met kip, boontjes en puree voor hem neer, het bestek legt ze ernaast, opgevouwen in een servetje. “Wil je iets drinken?”, vraagt Janet vriendelijk. “Doe maar water, gewoon water”, zegt Lester dan. Janet knikt en loopt weg. Ze draagt Zweedse klompen ziet hij. Ze heeft slanke enkels.

Lester heeft een oud spijkerjasje aan, een zwarte broek en een niet meer zo schoon overhemd. Zijn haar is iets te lang, het valt over zijn boordje. 38 jaar is hij nu en hij heeft vandaag ontslag genomen. Meer dan tien jaar werkte hij bij de immigratiedienst in Den Haag. Duizenden formulieren heeft hij beoordeeld. Mensen die een status wilde hebben, in Nederland wilden blijven. Hij heeft die verzoeken vooral afgewezen.
En nu heeft hij geen huis meer. Hij was tot de conclusie gekomen dat een vaste verblijfplaats iets ouderwets was, iets uit een vorige eeuw. Hij vond het vreselijk om dag-in, dag-uit weer te moeten terugkeren naar dezelfde plek. Hij had tegen zijn vrienden gezegd: ik verafschuw het om steeds weer te ontdekken dat mijn huis er nog staat. Dus verhuisde hij steeds opnieuw. Maar ook dat bracht geen rust en wel een hoop ellende. Van zijn laatste huis, een driekamerflat in Mariahoeve, veranderede hij iedere dag de inrichting. Hij verschoof de bank, de lamp, het bed. Op het laatst had hij overal wieltjes onder gezet zodat het veranderen makkelijker ging. Zelfs de keuken had hij afgebroken en weer opgebouwd aan de andere kant van de flat. Maar hij haatte het thuiskomen en vertrok. Hij woonde in goedkope hotels, bij vrienden, vriendinnen en vooral ex-vriendinnen en in de zomer op een bungalowpark in Wassenaar. Maar ook daar ging hij na een paar dagen weer weg, met zijn koffer en twee tassen, al zijn bezittingen.

Hij voelde zich niet thuis in A en ook niet in B. Gelukkig was hij alleen als hij op weg was van A naar B.

Zijn baas had hem naar een psychiater gestuurd. Hij maakte zich zorgen, Lester zag er onverzorgd uit, hoewel er op zijn werk niets was aan te merken. De psychiater was een rustige oudere heer die geduldig zijn verhaal aanhoorde. “Mij mankeert echt niets, ik ben alleen maar heel eerlijk. Ik doe wat bij mijn natuur past. De meeste mensen leven volgens mij op drijfzand. Ze doen alsof alles altijd blijft zoals het is, maar dat is niet zo. Ze proberen water vast te houden, vast te spijkeren aan de muur, maar het loopt gewoon tussen hun vingers door. “Waar komt dat allemaal vandaan Lester. Heb je een ongelukkige jeugd gehad?”, wilde de psychiater weten. “Welnee, die gedachten van mij zijn al heel oud. De oude Grieken zeiden het al. ‘Panta rei’ , dat betekent: alles beweegt, niets zal blijven. Ik bevind me in goed gezelschap meneer de therapeut. Ik beweeg voortdurend. Ik blijf nergens, ik vertrek alleen maar.

Uiteindelijk had hij zijn flat verkocht inclusief de hele inboedel, zij boeken en de foto’s aan de muur. Alleen zijn laptop had hij meegenomen en zijn klarinet waarop hij droeve melodieën speelde. Hij hield er dertigduizend euro aan over, net genoeg om een niet meer geheel nieuw maar toch heel degelijk kampeerbusje van te kopen met een kacheltje, een keukentje en een gerieflijk bed dat je wel eerst moest uitvouwen. Zijn spullen kon hij er makkelijk in kwijt en zo was hij op weg gegaan. Op weg naar een verre bestemming. Maar voorlopig was hij niet verder gekomen dan Leidschendam.

“Nog wat kip, jongen” vraagt Janet. “en meer jus?” “Ja, graag”, zegt Lester. “En, ik wil je wat vragen. Kan ik mijn busje bij jullie op het terrein zetten, voor één nacht?” Janet gaat tegenover hem zitten. Ze heef vriendelijke ogen. “Tja dat weet ik niet. Ik denk het wel, maar daar gaat Tony over, die regelt dat soort dingen. Vanachter de bar komt Tony naar hem toe. Een kleine gedrongen man met dikke armen en een baseball cap op zijn vette haar. “Een plek voor je kampeerbus?” zegt hij afgemeten. “Dat mag formeel niet. Maar als je hem hier achter zet zal niemand het zien, wat mij betreft is het OK. Morgen zijn we weer open vanaf half negen.”

Hij neemt nog een koffie en zet dan het busje op het terrein aan de achterkant. Het is er rommelig. Een stacaravan in de hoek met zowaar ook brandende kerstverlichting, verder vuilcontainers, twee oude auto’s en een motorfiets, vast van Tony. Lester manoeuvreert het busje naast de oude auto’s, hij kan de stacaravan nog net zien. Het is nog geen negen uur maar pikdonker en doodstil. Hij moet de bank uit zien te schuiven zodat het een bed wordt, maar dat lukt hem niet goed, Hij besluit deze eerste nacht maar op de bank te slapen. Hij pakt zijn klarinet, warmt hem op met zijn handen en speelt een melodie die hij zich nog herinnert van vroeger, Petit Fleur.

De achterdeur van het restaurant gaat open en hij ziet Janet naar buiten komen. Ze loopt naar de stacaravan en even later gaat binnen het licht aan. Lester ziet de flikkering van een televisie en donkergele gordijnen. Ook Tony komt naar buiten, start de motor en verdwijnt in de nacht.

De volgende morgen als hij wakker wordt weet Lester niet waar hij is, ook niet hoe laat het is. Sinds hij verhuisd is heeft hij geen horloge meer. Ook de geur van de kampeerbus is nieuw voor hem. Hij heeft een vakantiegevoel, zoals vroeger met zijn ouders. Een beetje eng zo’n vreemde omgeving, maar toch vertrouwd want zijn ouders waren er toch. Daar hield hij van, iets nieuws en toch ook iets vertrouwds.

Hij wast zich in het keukentje. Het is erg krap allemaal, maar hij redt zich wel. Hij houdt het kort om water te sparen. Hij scheert zich niet deze eerste ochtend. De motor van Tony staat er niet. Hij doet zijn laarzen aan en loopt om het restaurant heen naar de ingang. Binnen is het warm, er zitten weer twee mannen aan de bar, de klok wijst half tien. Lester kijkt om zich heen en stapt als vanzelf naar het tafeltje bij het raam, het tafeltje waar hij gisteren ook gezeten heeft.
Hij zit net als Janet al naar hem toe komt. “Goed geslapen?” vraagt ze. Ze ziet er opgewekt en fris uit. “Geen last gehad van de vossen? Die willen nog wel eens komen schooieren bij de containers. Maar ze zijn zo weg als ze je horen. Wat wil je hebben, koffie natuurlijk en ontbijt?” “Ja graag, zwarte koffie en gebakken eieren als dat nog kan.”

Lester verbaast zich over zichzelf. Waarom is hij hier gaan ontbijten en zit hij op dezelfde plek als gisteren? Waarom is hij niet heel vroeg vertrokken, dan had hij nu al ver weg ergens in België kunnen zijn.

Janet brengt zijn ontbijt. “Je bent hier dag en nacht, zo lijkt het wel” zegt hij lachend. “Ja, zo gaat dat nu eenmaal. Ik woon hierachter, lekker makkelijk. En – waar gaat jouw reis naartoe vandaag?” Ze blijft bij zijn tafeltje staan.

“Ik weet het nog niet. Net waar ik zin in heb. Mijn neus achterna. Ik zie wel.” Janet gaat weer tegenover hem zitten. “Heerlijk, mijn vroegere man en ik deden dat ook. Gewoon op vakantie gaan en dan maar zien hoe ver je komt. Naar het mooie weer, zei ik altijd. Kleine weggetjes rijden, nooit de snelweg. Je kwam op de meest vreemde plekken op die manier.”
“En nu zit je in Het Hoekje. Hoe ben je hier dan terecht gekomen?” Lester is verbaasd over zijn eigen vraag. “Ja dat is een heel verhaal”, zegt Janet met een zucht. “Op een dag eindigde hier onze reis. Zo simpel is dat. We konden deze tent pachten voor weinig geld en later toen ik alleen was heb ik het gekocht. Ik zit hier alweer vijftien jaar en ga nooit meer op reis.”

Lester krijgt nog een keer verse koffie en neemt nog een broodje met kaas. Het is drukker geworden, de parkeerplaats is half gevuld. Janet is druk in de weer bij andere tafeltjes met chauffeurs die luid over voetbal spreken. Ze mogen die middag eerder naar huis, hoort Lester, het is Kerstavond. Daar had hij helemaal niet aan gedacht. Even flitst een herinnering door zijn hoofd. Zijn laatste vriendin hield van kerstcadeaus en kerstontbijten en etentjes in dure restaurants.

Hij loopt achter de bar langs naar Janet die in het keukentje bezig is. Ze kijkt verbaasd op als hij binnenkomt. “Is het goed als ik nog een nachtje blijf staan met de bus, achter de zaak, Niemand heeft er last van, denk ik.” Opnieuw is Lester verbaasd over zijn eigen woorden. Wat is hij van plan?

Janet kijkt hem zwijgend aan. “Kan je een beetje koken?” vraagt ze. “Tony heeft zich ziek gemeld, die komt voorlopig niet meer. Ik kan vanavond wel een kok gebruiken. De kip staat klaar, de boontjes zijn afgehaald, de aardappels geschild en de jus komt uit een pakje, een kind kan de was doen.” Lester knikt: “Goed idee, geregeld!’ zegt hij en loopt weer naar het tafeltje bij het raam en kijkt naar het voorbijrijdende verkeer.

Een vertaling en bewerking van het verhaal The Anaconda Diner geschreven door onze vriend Edmond Rinnooy Kan uit Franklin, upstate New York .

Zie voor meer info over Edmond zijn website: http://www.gougouworld.org/index.html

Vorige kerstverhalen op mijn blog
De stokoude koningin http://wp.me/p1MauM-dH
Miss Blanche http://wp.me/p1MauM-Tf

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in Feiten en meningen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Het Hoekje – een kerstverhaal

  1. Wieneke zegt:

    Mooi verteld en vertaald.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s