Huis met toren

scanWaltraud nam altijd de beslissingen. Zij wist waar je de dunste plakjes rookvlees kon kopen, waar je een klusjesman kon vinden die nog werkte voor een tientje per uur en ook hoe je een konijn moest villen. Haar broer Ernst sukkelde altijd en beetje achter haar aan, sommige mensen dachten dat hij haar wat achterlijke zoon was. Ernst was natuurkundige. Hij had een tijd als laborant gewerkt in Wageningen maar was nu alweer jarenlang thuis. altijd bezig met een uitvinding die steeds maar niet af kwam maar waarvan hij wist dat die de wereld zou veranderen. Vandaag droeg hij de doos met boodschappen.

In de het oude bestelbusje reden ze terug naar hun grote huis dat verscholen lag achter een verwaarloosde tuin, ergens tussen Rhenen en Veenendaal. Een statig huis dat rond de vorige eeuwwisseling was gebouwd, met erkers en serres en een heuse toren op de noordwesthoek. Daar in de torenkamer had Ernst zijn domein. Op twee tegen de muur geschoven tafels lagen zijn papieren, zijn tekeningen en berekeningen. Op de vensterbank een aantal maquettes van wonderlijke machines, kunstig in elkaar gezet met behulp van een oude meccanodoos, schroeven, moertjes en heel veel ijzerdraad. Hier zat Ernst uren te werken, vaak tot vroeg in de morgen. Hier mocht zijn zuster niet komen. Ze mocht ook niet in de schuur komen waar hij werkte aan de grote machines. En waar hij soms een oude speelgoedbeer tegen zijn wang hield en tussen zijn benen wreef.

In een kasboek hield Waltraud nauwkeurig bij hoe het er voorstond met hun financiën. De erfenis van hun ouders was in de jongste crisisjaren vrijwel verdampt. Ze leefden van hun AOW, nog steeds hadden ze recht op uitkeringen voor alleenstaanden want de villa had twee huisnummers, 15a en 15 b zodat het leek alsof ze gescheiden van elkaar woonden. Daarnaast kreeg zij jaarlijks een kleine lijfrente en had Ernst een bescheiden pensioentje van de tijd dat hij in Wageningen werkte. Maar de laatste tijd had de post alleen maar onheilstijdingen bezorgd.

Vanaf volgende maand moesten ze het doen met een veel lagere AOW, ze vormden immers één huishouden had de gemeente geconstateerd. Het fonds dat haar lijfrente beheerde was failliet gegaan en zou met ingang van het volgende jaar de uitkering stoppen. En het pensioenfonds van Ernst zat in de problemen en zijn pensioen werd met ingang van het komend jaar opnieuw verlaagd. Ze waren weinig geld kwijt aan het huis maar er moest nodig iets aan het dak gedaan worden. Waltraud legde daar elke maand geld voor opzij. Alle elektriciteitsdraden moesten nodig vernieuwd worden, er was elke week wel ergens kortsluiting in huis, Ernst zei altijd dat dat kwam door zijn experimenten maar dat geloofde Waltraud allang niet meer, een mannetje dat haar wel eens hielp had gezegd dat de stoppenkast verouderd was, alles moest worden aangepast, dat zou duizenden euro’s gaan kosten.

Uiteraard had Waltraud hierover niets aan Ernst verteld, die knutselde rustig verder in zijn torenkamer, hij geloofde dat alles altijd hetzelfde zou blijven. Waltraud zag het somber in. Ze zouden het huis moeten verkopen, goedkoper gaan wonen, iets huren misschien. Die avond nam ze de map met papieren van het huis nog eens door. Het huis was goed verzekerd. De nieuwbouwwaarde was twintig jaar geleden vastgesteld op een miljoen gulden. Dat leek haar opeens zo veel geld: een miljoen. Daar zouden ze een makkelijk een kleiner huis voor kunnen kopen en nog jarenlang van kunnen leven.

Toen Ernst de volgende ochtend de deur uit was voor een stevige wandeling om op ideeën te komen, zoals hij zei, zette zij haar leesbril op en las de polisvoorwaarden nog eens aandachtig door.

Ernst liep aan het einde van de ochtend met een vreemd voorgevoel het laantje in dat naar het huis leidde. De bomen begonnen hun blad te verliezen. Al uit de verte zag hij dat van de toren alleen nog maar zwarte balken over waren. De tuin stond vol brandweerauto’s. Er liepen overal mannen rond, hij mocht niet naar binnen. Waltraud zat in een van de politieauto’s, ze had roetvegen op haar gezicht. Ze keek blij. ‘We gaan verhuizen’, zei ze.

Ernst dacht aan zijn papieren boven in de kamer die er niet meer was, aan zijn machines, aan zijn gereedschap. Verdoofd liep hij rond. Hij kon niet geloven dat alles weg was. Hij hoorde niet wat er tegen hem gezegd werd, hij  liep naar het busje dat gelukkig gewoon nog op z’n plek stond naast de schuur. Daar binnen pakte hij z’n beer. De autosleutels hingen zoals altijd achter het luik. Hij reed langzaam het terrein af, brandweerlieden probeerden hem tegen te houden. Hij zag nog één keer Waltraud zitten, ze keek verbaasd naar het wegrijdende busje. Wilde iets tegen hem zeggen maar hij reed met grote vaart de weg op. Weg van het huis met de toren.

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in Feiten en meningen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s