Opruiming

dscn0452Onderin de kast lagen nog wat oude schriften. Een er van was afkomstig van Raaf Anker een jongen die ik nog kende uit mijn kweekschooltijd. Hij schreef hermetische gedichten die begin jaren zestig waren verschenen in verschillende regionale literaire tijdschriften. Achterin het schrift stonden ook enkele gedichten van zijn Finse vriendin Jaana Alto, als antwoord op zijn vroege verzen die aan haar waren opgedragen.
Anker stond slechts twee maanden voor de klas, daarna legde hij zich toe op het verbouwen van zeekraal en zeewier op een waddenboerderij aan de Friese kust.
Hij verdronk toen hij 32 was.                  Hieronder enkele van de gedichten uit het schrift.schermafbeelding-2016-12-01-om-17-47-37

Waterklok

Groezelige golven omsluiten
levenstekens: schelpen, wieren, watertorren
licht en lucht, de eeuwige beweging.
Jij als een nimf op handen en voeten
half water, half land, half opgeheven
bezig te overleven. Even kijk je op
je polshorloge dat niet waterbestendig lijkt.
Tijd is in deze wijdte slechts een ding
zoals jij niet opvalt in je naaktheid
in de wijde zee. Jouw haar vormt
de horizon – een begin.

Kapsel

In het felle zonlicht onderscheid ik
de talloze details.
De minuscule onderdelen liggen op
een blauwe doek. De snavel, het borstbeen
al bleek en wit, uitgebeten.
Ingekapseld ook een ei. Een begin van een ei
een beginnersei.
Zo jong, zo pril, maar tevergeefs.
Leven is een hele opgave
gedoemd te mislukken.

Ochtendlicht

Felrood kleurt de lucht in
Paesens. Het komt goed vandaag
daar in het oosten.
En hier? Jij bent verreisd. De kast is leeg.
Jouw stem wordt niet gehoord
in ijle lucht. Rood is jouw bloed
tegen de witte wand. Maar rood verdwijnt.

Jij rijdt weg met het ochtendlicht
en verdwijnt voor goed, voor even.
Jouw treurwilghaar zal ik niet
kammen, jouw treurnislach zal ik niet horen.
Meeuwen krijsen me
luid wakker uit mijn Finse droom.

van Jaana Alto

In het land van Morra kwam ik
jou tegen. Aan de dijk – wat deed ik daar?
Sterke man met zwakke onderbuik
en tranen waar je vuisten zou verwachten.

Ochtendnevels, velden en
sloten in plaats van bossen en meren.
Ik kan het nauwelijks aan, hoor symfonieën
in de keuken, kwartetten in de
opkamer waar opoe slaapt, te lang.
En boven, rond ons bed een etude
een schoolse poging tot een stramme daad.
Ik ben te ver van huis om mee te zingen
ik zwijg en berust, ik wacht en bid.
Als de stormwind opsteek vlieg ik
weg. Blijf jij maar en huil
dan zachtjes met me mee.

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in Feiten en meningen. Bookmark de permalink .

Een reactie op Opruiming

  1. Wat bijzonder om die gedichten zo te lezen, na al die tijd.

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s