Per tram naar Hellevoetsluis

img_1132

Ingang tramstation Rosestraat

Marien was een aardige jongen die bij ons in Nijmegen op het internaat zat. Net als alle andere jongens mocht hij een keer per drie weken naar huis. Hij was dan uren onderweg: eerst met de trein naar Rotterdam, dan met de tram naar de Rosestraat en dan helemaal met de tram naar Hellevoetsluis. Meer leerlingen hadden net als hij toestemming om op maandagochtend terug te reizen, want op zondag reizen hoorde niet. Hij vroeg mij om een keer een weekend mee te gaan. Na lang aarzelen deed ik dat. Marien zat in een parallelklas, zo goed kende ik hem eigenlijk niet. In het vroege voorjaar van 1965 gingen we op pad. Het was het laatste jaar dat de tram over Voorne-Putten reed, begin 1966 stopte de RTM ermee. Daarna moest Marien met de bus.

schermafbeelding-2017-01-05-om-15-06-42
Ik vond het een onmogelijk lange reis. We moesten vroeg op en namen de trein van half acht uit Nijmegen en kwamen rond half tien aan in Rotterdam. Daar gingen we met de tram nar de Rosestraat in Rotterdam-Zuid, vlak bij de brug De Hef. (Tot nu toe dacht ik altijd dat het de Rozenstraat was, maar het blijkt dus Rosestraat te zijn, genoemd naar de stadsbouwmeester uit het einde van de  19e eeuw, Willem Nicolaas Rose). Bij het tramstation Rosestraat dronken we koffie. We moesten lang wachten tot de tram kwam, het was er druk. Veel mensen met veel bagage. Eindelijk was het dan zo ver en raasde het toen in mijn ogen al ouderwetse trammetje door Rotterdam-Zuid. Mij werd uitgelegd waarom deze tram ‘de moordenaar’ werd genoemd, er waren vroeger veel ongelukken gebeurd op de eindeloze Groene Kruisweg. Onderweg stopten we vaak op kleine haltes waar steeds weer veel mensen in- en uitunknown-1stapten. Marien vertelde me dat er soms een boer instapte met een kalf aan een touwtje maar dat gebeurde deze keer niet. De rit eindigde in Spijkenisse. Daar moesten we overstappen op een andere tram die gelukkig klaar stond aan de overkant van het perron. Toen nog het laatste stuk dat nog een half uur duurde, iets na twaalf uur kwamen we in Hellevoetsluis aan.
De ouders van Marien waren streng gereformeerd en verwachtten van ons dat we ons keurig zouden gedragen. Op zaterdagmiddag mochten we wat wandelen langs de haven. Ik had het al gauw gezien, ik vond het er vreselijk. Het was grauw weer, weinig mensen op straat. Veel kleine huisjes met keurige voortuinen.
Op zaterdagavond aten we een boterham en lazen we een boek. Ik probeerde me te verdiepen in De wereld een dansfeest van Arthur van Schendel. De vader van Marien had al bedenkelijk naar die titel gekeken. Vader en moeder zaten aan de eettafel, wij op de zondagse fauteuils in de salon. Het jongere zusje van Marien las stiekem een stripverhaal, ik zag hoe ze het verstopt had achter het keurige weekblad De Spiegel. unknown-2
We sliepen op de jongenskamer van Marien, ik op een matras op de grond, een kermisbed. Het rook vreemd in dit huis en ik hoorde allemaal rare geluiden maar ik  viel al spoedig in slaap, droomde van treinen en trams en werd pas wakker toen Marien de volgende ochtend een kussen naar me gooide.

Voor de zondag stonden twee kerkdiensten op het programma. Marien kwam gelukkig in opstand en zei tegen zijn ouders dat hij graag met mij mee wilde naar Rotterdam, we gingen zijn spreekbeurt voorbereiden. Reizen op zondag was helemaal niet zoals het hoorde, maar op de een of andere manier kreeg hij toch toestemming. Na een trage kerkdienst in een foeilelijke moderne kerk aten we rond het middaguur groentesoep met balletjes en unknown-3blindevinken, bloemige aardappelen met sperziebonen. Eerst moest er lang gebeden worden en na de maaltijd las de vader van Marien enkele delen voor uit het Boek Jesaja. Hij had een licht nasale stem en las heel langzaam. Ik begreep er geen jota van en popelde om te vertrekken. Na het eten mochten we weg, we kregen zelfs twee rijksdalders mee om het weekend goed door te komen.

De terugreis ging gelukkig veel vlotter. Die avond aten we patat frites op de Nieuwe Binnenweg en gingen we in Het Venster naar een mooie Franse film waar we weinig van begrepen- Pierrot le fou van Jean Luc Godart – en we sliepen op mijn zolderkamer. De spreekbeurt sloegen we over, die kende Marien al van buiten. De volgende ochtend ging de wekker al om zes uur. We namen de trein van zeven uur en waren keurig om kwart over negen op school, slechts een kwartier te laat.

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in Feiten en meningen, jeugdherinneringen en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Per tram naar Hellevoetsluis

  1. Wieneke zegt:

    Laatst sprak ik een oude mevrouw, die was aangereden door de moordenaar. Niet in het buitengebied, maar gewoon midden in de winkelstraat op (ja, dat heet op) Rotterdam Zuid waar hij toen doorheen reed. Het is gelukkig goed afgelopen, maar er zijn inderdaad heel wat slachtoffers gevallen. Zelf heb ik er als kind ook nog wel in gezeten op weg naar Oostvoorne. De conducteur riep de stations af: Geeeeeeeeervliet, Heeeeeeenvliet, Vierrrrrrrpolderrrrrs! Zoiets onthoud je, he?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s