Vestje

De oma van mijn vaderskant was ‘kleine oma’ ze was klein van stuk en ook stil en bescheiden. De ander oma, die van mijn moederskant, was lang en erg aanwezig, dat was dus ‘grote oma’, maar zij stierf al heel snel, ik heb haar nauwelijks gekend.
Kleine oma had voor mij, ik was denk ik vijf, een vest gebreid. Bruine schapenwol, poepbruin vond ik, het prikte, ik wilde het niet aan. Maar dat moest natuurlijk toch, jongens van vijf hebben niets te willen.

Ik ging dat jaar naar de kleuterschool in het dorp. Een soort noodgebouw als ik het me goed herinner, in een soort kom vlak naast het piepkleine stationnetje van Den Dolder. Meestal werd ik op de fiets gebracht door tante Bé, soms ging met de auto mee van de buren, een indrukwekkende zwarte Citroën, een Traction Avant. En na schooltijd werd ik weer opgehaald.

Die middag aan het begin van de herfst zat ik diep gebogen over de oude Bosatlas die ik had gekregen van oom Hilbert. Ook mijn nichtje Hella was in de kamer, tante Bé was aan het opruimen. ‘Waar is je vestje toch Wim, ik zie het nergens’. Het was helemaal geen weer voor het vest, veel te warm. Maar die ochtend was het nog fris en ja, ik wist het weer, ik had het ’s morgens op weg naar  school aan gehad.

‘Heb je het op school gelaten? Heb je het soms expres op school laten hangen? Kom maar mee naar school, dan gaan we het ophalen.’ Ik stopte met het bestuderen van de vulkanen van Java. Ze trok me bij mijn arm de kamer uit, Hella keek verbaasd naar wat er allemaal gebeurde.

Voor ik het wist zat ik weer in het kinderzitje achter op de fiets bij tante Bé. De verwijten gingen door. Het was in deze jaren na de oorlog al zo moeilijk om aan spullen te komen. Hoe moest dat nu, de komende winter, zonder warm vest in de winter. Besefte ik wel wat dat betekende?

Op school was alleen de oudste juf nog aanwezig, ze zat in haar lokaal aan het einde van de gang. De gang met allemaal lege haakjes. Geen bruin vest te bekennen. Er hing allen nog een klein geel jasje. Nee, er was geen vest gevonden, geen bruin wollen vest.

Ik moest het nog dagenlang horen, hoe erg het was dat ik mijn vest vergeten was. Ik keek steeds om mij heen, zou iemand anders nu in dat prikvest rondlopen? Met sinterklaas kreeg ik een mooie blauwe trui. Zachte wol die niet prikte. Hij was veel te groot maar dat gaf niet, de mouwen kon je oprollen. Ik heb hem wel drie winters gedragen.

Over Wllm Kalb

schrijver, lezer, docent - focus: taal, geschiedenis, fotografie, Duits(land), muziek en films uit de jaren '20 - '50
Dit bericht werd geplaatst in jeugdherinneringen en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s