Van rafelrand tot project-object

DSC03725

Vijf jaar geleden fietste ik rond op het Oostenburgeiland. Een rotzooi was het er toen. Afbraak, bergen met stenen, lege fabriekshallen. Waar eens locomotieven werden gebouwd huisden nu rommelige bedrijfjes en onduidelijke handeltjes. Bij het water was een strandje gemaakt, op het terras werd feest gevierd. Het deed me denken aan Belijn-Friedrichshain, waar toen ook zo’n opgelaten sfeer heerste en alles leek te kunnen.


Dit weekend mochten we even een luchtje scheppen en pakten we de fiets en reden via Kattenburg en Wittenburg naar Oostenburg. Er was veel veranderd. De terrassen waren weg, de steenbergen verdwenen. Er werd gebouwd. Er stonden hekken en kranen, veel bouwmateriaal. Hier zullen over enkele jaren woontorens verrijzen. De plakkaten op de hekken toonden foto’s van dure appartementen met balkons en dakterrassen. De oude Werkspoorhal stond er gestript en verlaten bij. Naast het enorme INIT-gebouw waar de redacties van Trouw, Het Parool en de Volkskrant huizen, is een parkeergarage gebouwd. In de toekomst moet hier aan de kop van het eiland een Intel-hotel komen (alweer een hotel) er is een strook voor zelfbouw en verder komen er allemaal appartementsgebouwen van verschillende hoogtes. De markante fabriekshallen blijven staan, de imposante Werkspoorhal wordt opgenomen in het plan en moet een expositieruimte worden met een foodhal net als in Rotterdam.  De Van Gendthallen worden omgetoverd in bedrijfsruimtes en ateliers. De sociale woningbouw komt er bekaaid vanaf. Oorspronkelijk zou 20% van de woningen bestemd worden voor de lage inkomens maar uiteindelijk werd het slechts 14% en dan alleen woningen voor ouderen en starters. Geen woningen voor gezinnen. Het wordt dus alweer een buurt voor de hogere middeninkomens.
Aan de Middenstraat moeten winkels komen. Er is wel voorzien in binnentuinen maar aardige pleinen ben ik op de tekeningen niet tegengekomen.

Over een paar jaar gaan we weer kijken om te zien wat er van al die plannen terecht is gekomen.

 

En zo moet het worden …. Er zijn nog appartementen te koop:  www.eilandoostenburg.nl 

Geplaatst in Amsterdam | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Struinen

Schermafbeelding 2020-05-03 om 11.00.19Het woord scharelen kenden mijn cursisten niet, maar ook het woord struinen zorgde voor veel vragende blikken. Nee niet struikelen of stropen, maar struinen. Volgens mijn Van Dale betekent het ‘”snuffelend rondlopen om te zien of men iets van zijn gading kan vinden”, maar het kan ook beteken “een kleinigheid weghalen”, nogal negatieve betekenissen dus.

Voor mij is de betekenis veel positiever. Ergens zonder duidelijk doel wat rondlopen. In alle vrijheid wat rondkijken, iets tegenkomen waar je niet echt op naar zoek was. Zo kan je de markt afstruinen en thuiskomen met een bos prachtige pioenrozen. Je kan rondstruinen in een buurt die je niet goed kent en opeens een winkeltje tegenkomen waar ze platen uit de jaren zestig verkopen.

Struinen rijmt lekker op duinen. Onder de titel Struinen in de duinen worden tal van feesten en rondleidingen georganiseerd. Struinen is iets prettigs, vandaar dat er langs de Waal struinpaden zijn gekomen, lekker zwerven langs gebaande paden de weg vinden via je struinapp.

De tweede betekenis van struinen, gappen, is vrijwel verdwenen

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Scharrelen

Unknown
Er zijn van die woorden in het Nederlands die zich niet zo makkelijk laten definiëren, die een ruime betekenis hebben. Dat houdt in dat ze voor de een iets heel anders kunnen beteken dan voor iemand anders.
Een cursist vroeg naar de betekenis van het woord ‘scharrelen’. Toen moest ik even hard nadenken. Een scharrelkip, dacht ik, en een scharrel hebben. Aan iets vaags, wat aanrommelen. Een duidelijk antwoord kon ik niet geven.

Het puzzelwoordenboek geeft maar liefst twintig betekenissen:

1 aanrommelen 2 aanrotzooien 3 drevelen 4 foefelen 5 gaan 6 handelen 7 flirten 8 in het klein verkopen 9 kissebissen 10 losse verkering hebben 11 roethanen 12 krabbelen 13 knoeien 14 roezemoezen 15 rommelen 16 rotzooien 17 stropen 18 verkering hebben 20 vrijen.

Het woordenboek van de binnenvaart geeft ook nog aan: ‘zeilen met een zwakke, veranderende wind’.

Gaan en handelen vind ik wel erg algemeen. Drevelen en roethanen  ken ik niet Een drevel wel dat is een stukje gereedschap waarmee je een spijker weg kunt werken.

Adriaan van Dam maakte een versje op de roethaan (http://www.hetvrijevers.nl/index.php/forum/10-Sonnetten/11468-de-roethaan)

De roethaan

Bij ‘t horen van de naam denk je direct
~Dit beestje moet wel tot het pluimvee horen,
hij is derhalve uit een ei geboren
en in de buurt van Barneveld verwekt~.

Helaas, dan heb je hier een onjuist beeld:
‘t Is een persoon die eigenzinnig regelt
dat al wat stevig staat wordt omgekegeld
en zelf steeds de vermoorde onschuld speelt.

Is er toevallig eentje in je buurt
dan is het zaaks hem nog geen pink te geven
want voor je ’t weet slaat hij aan ‘t regelneven
tot heel de boel in ’t honderd is gestuurd.

Nee hij doet nooit te nimmer ergens goed aan;
’t draait altijd uit op rotzooi door zo’n roethaan.

Een schar, leert wikipedia, is een straalvinnige platvis, familie van de schol. Zo te lezen scharrelt de schar niet, die verstopt zich op de bodem.
Het schiet dus niet erg op met dat scharrelen Maar dat hoort bij dit woord. Langzaam bewegen, zonder duidelijk doel. En af en toe wat vrijen.

Geplaatst in Feiten en meningen, Nederlandse taal | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Virussen, schepselen Gods?

Bij al het nieuws over de coronacrisis die we dagelijks over ons heen krijgen miste ik een belangrijke vraag: wat is eigenlijk een virus? Is het een levend wezen, een plant, een diertje, een ding, een schepsel Gods? 

Ik kreeg daar geen duidelijk antwoord op. In verschillende artikelen las ik over virussen met menselijke eigenschappen in oorlogstaal. Ze houden zich schuil, ze belagen ons, ze bedreigen ons, ze vallen ons aan, we moeten ze de baas worden, etc.

Gaat het hier dan toch om levende wezens die nadenken, plannen smeden, strategieën bedenken? Die virussen brengen nogal wat teweeg, het is dus van belang dat we goed weten over wie of wat we het hebben. 

In het Dagblad van het Noorden vond ik een uitstekend artikel van  Maaike Borst die het allemaal uitlegt, onder de fraaie titel ’Het mysterieuze geheim tussen leven en levenloosheid’. 

Daarbij komt een filosofisch probleem om de hoek kijken, want wanneer kunnen we spreken over leven? Het verwondert mij niet dat daarvoor geen duidelijke grens te trekken is en de piepkleine virussen zweven op hun gemak rond die grens.

Virussen zijn niet meer dan zakjes DNA, voorzien van een laagje eiwit. Zonder gastheer (of dame) kan het virus zich niet voortplanten, het virus heeft geen stofwisseling, kan zich niet zelfstandig voortplanten, niet doodgaan, wel uitdrogen.  Dat naam virus betekent in het Latijn ‘gif’ en heeft betrekking op het feit dat virussen zich hechten aan een levende cel en deze dan kunnen aantasten. Al eind 19e eeuw wist men van hun bestaan, maar pas sinds de uitvinding van de elektronenmicroscoop (in 1931) werden virussen zichtbaar. Ze zijn veel kleiner dan bacteriën. Er zijn er heel veel van ook heel veel verschillende soorten met verschillende uitwerkingen. Sommige hebben een positief effect, anderen zijn dodelijk.

Het zijn dus geen levende wezens, maar ze gedragen zich wel zo. Onduidelijk blijft of ze toevallig op een menselijke cel terecht komen en zo een ziekte verspreiden of dat daar een kwaadaardig plan achter schuil gaat. En mondkapjes, houden die de virussen tegen?

En ja. ze horen bij de schepping. Dus God heeft er van geweten.

Bron: https://www.dvhn.nl/extra/Wat-is-een-virus-Over-de-mysterieuze-grens-tussen-leven-en-levenloosheid-25480060.html?harvest_referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

Geplaatst in Feiten en meningen | Een reactie plaatsen

De dorsslede

Schermafbeelding 2020-03-29 om 17.46.43
In de filmopnamen die we in 1970 makten in Zuid-Turkije zit een scène waarop te zien is hoe een boer op een piepkleine akker de dorsslede gebruikt. Deze oeroude methode was overal in het Midden-Oosten en ook in Spanje en op de Balkan gebruikelijk.
De dorsslede is een houten bord dat over het uitgespreide koren werd getrokken door één of twee trekdieren. Schermafbeelding 2020-03-29 om 17.47.41
De slee moet aan de voorkant iets naar boven zijn gebogen. Aan de onderkant is het houten bord bezet met scherpe stukjes steen of metalen punten. Om het stro tot haksel te kunnen te snijden en de korrels uit de aar te drukken, werd het druk van het bord verzwaard door opgelegde stenen of doordat de menner, die de trekdieren aandreef, op de slee ging staan.

In Noord- en West-Europa werd het dorsen met de vlegel gedaan op de deel. Het was vaak te koud en te nat om dat werk buiten te doen met een paard of een ezel.
Deze methode om te dorsen stamt waarschijnlijk al it de oude steentijd maar is nu vrijwel verdwenen.

In oude mediterrane culturen had de dorsslede naast een praktische ook een symbolische betekenis. Het houten bord werd gegeven als huwelijkscadeau en stond voor voorspoed en vooral bekend als symbool van de vruchtbaarheid. Tijdens de huwelijksnacht moest er een dorsslede onder het bed gelegd worden.

Bijbels
In de Bijbel wordt de dorsslede genoemd (Jes. 28:27; 41:15; Amos 1:3). Het is niet duidelijk is hoe deze eruit zag.

Jes 41:15 Zie, Ik maak u tot een scherpe dorsslede, een nieuwe, met puntige pinnen. U zult bergen dorsen en verpulveren, en heuvels maken als kaf.

De profeet Amos spreekt eufemistisch over ijzeren dorssleden (Amos 1:3), waarmee hij strijdwagens bedoelde waarbij aan de wielen zwaarden zijn vastgemaakt die alles en iedereen vermaalden.Schermafbeelding 2020-03-29 om 17.48.11

 

Ons reisverslag uit 1970 is te vinden op You Tube https://www.youtube.com/watch?v=jD_A9nEF4tg&t=5s

Geplaatst in film, Reizen | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Indische nostalgie

UnknownHet was lang geleden dat ik een echt ‘Indisch’ boek las. Maar Lichter dan ik van Dido Michielsen brengt me weer helemaal terug naar het vooroorlogse Nederlands-Indië, het Indië van mijn moeder, het Indië van de boeken van Couperus, Hella Haasse, P.A. Daum, Maria Dermoût, Aya Zikken en vele anderen die ik zo graag las.  De boeken die zich afspeelden op de brede veranda’s of juist rond de bediendenvertrekken op het achtererf. Boeken die volstonden met Maleise woorden die me zo vertrouwd waren, zoals soesa, totok, kassian, goenagoena, anak, salamat pagi, soedah.

Nu lezen we boeken van jonge migranten uit Noord-Afrika, uit Iran en Afghanistan. Boeiende boeken, ook interessant maar ik mis de sfeer van geheimzinnigheid en gekonkel die zo kenmerkend was voor die romans uit die voorbije Indische periode.
Michielsen beschrijft het leven op Java vanuit een ongebruikelijk perspectief, de hoofdpersoon is Isha die opgroeit in de kraton van Djokja het vorstenverblijf van de sultan. Ze weet zich los te maken van uit de vaste patronen van de Indische standenmaatschappij en wordt de huishoudster en later ook minnares van een Nederlandse officier. Lichter dan ik is een boeiend boek. Uitstekend geschreven.  Het geeft een goed beeld van het leven in de koloniën aan het eind van de negentiende eeuw. We lezen bij Couperus wel hoe het toeging bij de Nederlanders op de plantages maar hoe het de inlanders verging lezen we maar zelden.

Geplaatst in literatuur | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Bodega

Unknown-1
Ik leerde het woord bodega pas kennen toen ik als dertienjarige regelmatig in Rotterdam kwam. En op de Nieuwe Binnenweg was een bar-bodega. Er waren daar wel meer wat morsige kroegjes waar ik als bleue middelbare scholier natuurlijk nooit kwam.

Die aanduiding kwam ik later in veel steden tegen: bodega. Ik had de neiging om het uit te spreken als dega, rijmend op Wolvega. Dat leek me wel zo logisch, maar zo leerde ik het moest bodega zijn. In Zuid-Europa was een bodega vooral een wijnlokaal, geen koffiehuis, geen barretje met nep-champagne of een louche nachtclub met roodfluwelen gordijnen. En volgens verschillende woordenboeken is dat ook de betekenis: een wijnkelder annex wijnproeverij.

Ik kwam de naam weer tegen op een veel becommentarieerde foto op facebook, een foto van de Amsterdamse Dam in 1933. Een mooie foto waarop veel te zien is. Duidelijk weer de grote stad, met lichtreclames en daar boven op het dak staat het ook: Bodega. Of die vooroorlogse Amsterdammers enig idee hadden wat dat woord betekende vertelt het beeld niet. Maar het versterkte de illusie: Kijk, wij zijn een grote moderne stad, hier kan je gezellig uitgaan. Als je zou willen zelfs in een bodega.

Geplaatst in Amsterdam, Nederlandse taal | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Oude beelden

IMG_4206Twee jaar geleden schreef ik over onze reis naar Syrië en Libanon in 1970. Dat geweldige avontuur: in vier weken met Citroën Dyane heen en weer. Helaas heb ik maar heel weinig foto’s van die bijzondere reis. Peter heeft toen gefilmd en onlangs vonden we de filmrollen terug. Deze zijn nu gedigitaliseerd en voor het eerst sinds vijftig jaar zie ik de beelden weer terug,

IMG_4198Bewegende beelden van de beroemde waterraden, noria’s in Hama. Straatbeelden uit Aleppo – wat zou er nu nog over zijn van deze prachtige stad. Beelden van het Turkse platteland, uit de Syrische woestijn. Uit het Palestijnse kamp in Beiroet waar we op bezoek waren. IMG_4201

IMG_4200

 

IMG_4204

 

IMG_4207

IMG_4210

IMG_4211

Zie ook
reisverslag ‘Op en neer naar Beiroet 1 https://wordpress.com/post/wllmkalb.blog/6709 en Op en neer naar Beiroet 2  https://wordpress.com/post/wllmkalb.blog/12746

Geplaatst in Feiten en meningen | Een reactie plaatsen

Geduld

Schermafbeelding 2020-02-27 om 09.42.57Iedere ochtend zet ik me ertoe om een sudoku te maken uit de krant. De moeilijkste uiteraard. Een oefening om de hersens fris te houden, een oefening ook in geduld, want het oplossen van een sudoku vergt geen superinzicht maar wel een eindeloos geduld. Je moet alle mogelijkheden nagaan. Als je er een overslaat koppen de rijtjes niet en loop je ergens vast.

Op de achtergrond klinkt de radio. Ik hor niet wat er gezegd wordt, ben geconcentreerd bezig met mijn puzzel, poes naast me in de stoel. Als er iets belangrijks wordt gemeld schakel ik over, ik hoor precies wat er gezegd wordt en weet dan later niet waar in de puzzel ik precies was gebleven. Ik voel me uitgedaagd. kom, ik ga weer verder, het moet af, dit ritueel moet ik tot een goed einde brengen.

Regelmatig komt het voor dat het niet lukt. Ik heb ergens een fout gemaakt en ik blijf halverwege steken. Dat bederft het begin van die dag, Ik heb er de pest in, het voelt niet goed. Ik heb gefaald, hoe kan ik dat weer goedmaken?

Lukt het wel, zoals vanochtend, dan kan ik in volle tevredenheid aan de dag beginnen. Alles loopt op rolletjes.

 

 

Geplaatst in Feiten en meningen | Tags: , , , | 1 reactie

Een tien met een griffel!

UnknownEen tien met een griffel! Een mooi compliment. Zeker. Een prima beoordeling. Alleen, wat is ook alweer een griffel? Dat weten mijn eenentwintigste-eeuwse cursisten niet meer. Misschien kennen ze de gouden en zilveren griffels nog wel, de prijzen voor de beste jeugdboeken. Maar zij hebben nooit met een griffel op een lei geschreven.

Ik deed dat nog wel op de lagere school, beginjaren vijftig. De griffel was een grijze stift, waarmee je op de zwarte lei kon schrijven. Een simpel proces. In de la van je tafel bewaarde je ook een natte spons om de lei weer schoon te maken.Er heerste papierschaarste. Oefenen deden we op de lei, voordat je in een echt schriftje mocht schrijven met inkt en een kroontjespen. We moesten elk stukje van het nieuwe schriftje benutten om te leren schrijven, ook de randen en de lege onderkant.

Unknown-1

In Woutertje Pieterse heeft Multatuli het over ‘griften’ in plaats van griffels. In het hoofdstuk ‘Jonge speculanten’ gaat het over de benarde financiële situatie van de kleine Wouter die geen zakgeld krijgt. Hij steekt zich in de schulden ‘Ook deze had hem vier griften voorgeschoten, welke hy noodig had om z’n hof te maken by lange CECIEL die niet van hem weten wou omdat-i ’n insteekpakje droeg. Maar de griften had ze aangenomen, en overgedaan aan GUS voor ’n zoen. De bittere verweten der Hallemannetjes — die zoo byzonder fatsoenlyk waren — maakten WOUTER wanhopig.

Grift of griffel, beide termen zijn afkomstig uit het Grieks grafeion was de term voor de schrijfstift die de oude Grieken al gebruikten.

De griffels zijn verdwenen, maar de tien met de griffel is gelukkig gebleven.

Geplaatst in Feiten en meningen, literatuur, Nederlandse taal | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen