Egal wie man sich dreht und wendet der Arsch bleibt immer hinten

Vorige week ben ik begonnen in het aardige boek ’Brave Hunde kommen nicht zum Südpol’ van de Noor Hans Olav Thyvold. Ik lees het in het Duits om mijn woordenschat te onderhouden. Dat gaat overigens vrij makkelijk, het is geen lastig boek. Al op een van de eerste pagina’s kwam ik deze uitdrukking tegen: ‘Egal wie man sich dreht und wendet, der Arsch bleibt immer hinten’ (Hoe je je ook wendt of keert, je kont zit altijd vanachter). Ik kende die uitdrukking niet en moest er wel om lachen. 
Het is natuurlijk een waarheid als een koe. Een nuchtere constatering, daar hou ik we van. Sommige zaken zijn nu eenmaal zo, daar kan je niets aan veranderen. Leg je er maar bij neer, doe geen moeite, ’t is wat het is. Je kunt heel idealistisch zijn en wensen dat alles anders wordt, maar dat zal voorlopig niet gebeuren, de zaken blijven zoals ze zijn. 

Tijdens mijn studie Nederlands werd in dergelijke gevallen het begrip toop of topos wel gebruikt, zonder dat ons nou precies duidelijk was wat daarmee werd bedoeld. Dat Grieks klonk wel indrukwekkend. Wat ik heb onthouden was dat het iets was als ‘een algemeen bekende wijsheid’, een bevestiging in woorden van iets dat iedereen wel wist, bewust of onbewust. Zo bezien is bovenstaande uitdrukking dus een echte topos

Dat hier ‘Arsch’ wordt gebruikt klinkt logisch. Het had ook ‘staart’ kunnen zijn maar Duitsers hebben nu eenmaal een obsessie met het begrip ‘Arsch’. Hoe het in het Noors zit hen ik helaas niet kunnen vinden.

Hans Olav Thyvold, Snille Hundar kommer ikke til Sydpolen / Brave honden halen de Zuidpool niet

Geplaatst in Feiten en meningen, literatuur | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Vier vrouwen

WA: Zouden we dat nu wel doen, in deze tijd. Is het wel verstandig?

A1: De Bentincks gaan ook naar hun huis in Portugal. Dan mogen wij toch ook wel even weg in de herfstvakantie?

A2: Mijn roze vest ligt nog op mijn kamer in. Griekenland, dat heb ik echt nodig.

A3: Niemand van ons is verkouden, we besmetten heus niemand hoor als we een weekje weggaan. 

WA: Wat vindt mama ervan?

Mx: Ik wil heel graag even in de zon zitten. Hier zie ik alleen maar grijs en ik word ziek van al die coronaberichten. Even niets aan mijn hoofd. Heerlijk.

WA: Mmm. Ik weet het niet. Er moet geen gedonder van komen.

Mx: Maar we gaan naar een geel gebied. Veilig dus. Daar in Kranidi is niets aan de hand. Hier lopen we veel meer risico. Hier is het rood.

A1: Toe paps. En je kunt op maandag toch gewoon skypen met Marc. Wij skypen ook met onze docenten.

A2. Ik wil echt mijn roze vest ophalen, ik zou niet weten hoe ik de winter doorkom zonder. 

A3: Mama wil het ook heet graag. Mag het?

WA: Ik geef me gewonnen. Tegen vier vrouwen kan ik niet op …

Geplaatst in royalty | Tags: , , , , , | 2 reacties

Dorps in Amsterdam

Deze buurt kende ik nauwelijks. Toen het nog was het mooi weer was, fietste ik door het Vondelpark naar de Hoofddorppleinbuurt. Ik belandde op de Jacob Marisstraat en het Jacob Marisplein. Het leek wel of ik de stad was uitgefietst en in een dorp ver buiten de stad terecht was gekomen. Rust en stilte en lage huizen met een vriendelijke uitstraling. De geveltjes van de eerste reeks huizen doen een beetje denken aan de gevels van oud-Amsterdam.

De Jacob Marisstraat is nog gebouwd in de tijd dat sloten een zelfstandige gemeente was ten westen van Amsterdam, Sloterdijk en de Baarsjes hoorden tot deze gemeente. Hier geen revolutiebouw zoals in de Pijp of Oud-West maar keurige middenstandswoningen voor de goedverdienende forens die in een rustige, dorpse omgeving wilde wonen.

Maar de stad heeft hen ingehaald. Even verderop verrijst de hoogbouw van Nieuw-West en ook in Sloterdijk worden de gebouwen alsmaar hoger.

Hier in de Jacob Marisstraat kan je nog genieten van ouderwets fraai metselwerk.  Het moet voor de aannemers een genoegen zijn geweest om al hun ideeën in ingewikkelde patronen om te zetten. Als je goed kijkt zie je dat in de laatste jaren vooral aan de bovenkant talloze uitbouwen en opbouwen zijn verrezen op deze zeer gewilde panden in dit dorpse deel van Amsterdam. 

Geplaatst in Amsterdam | Tags: , , , | 3 reacties

Ik schaam me dood

Ja, ik sta daar ook, gelukkig een beetje achteraan, met een mondkapje op zodat niet iedereen weet dat ik het ben. Maar ik heb al vervelende mailtjes gekregen van mensen die me herkend hebben. Ik wilde niet, had wel wat anders te doen maar Sean stond erop dat zoveel mogelijk stafleden mee naar de persbijeenkomst zouden gaan. Vanwege de komst van Mr President moesten we een hele afdeling verhuizen en dat heeft wat voeten in de aarde. We zijn echt vanaf zeven uur in de ochtend bezig geweest met de voorbereiding, de aansluiting van alle apparatuur, het schoonmaken van de noodvoorziening, het informeren van het personeel. Het bleek opeens dat ik voer veel minder mensen kon beschikken want er waren wel vijftien verplegenden overgeplaatst naar de verzorging van patient number one, ik moest het maar doen met twee stagiaires die nog nooit in een militair hospitaal hadden gewerkt. 

Ik schrok van al die heisa rond Mr Trump en moest denken aan de taferelen die ik had gezien in het ziekenhuis in Brooklyn in New York waar vorig jaar nog werkte. Via de eerste hulp kwamen dagelijks honderden nieuwe patiënten binnen, ze wisten niet waar ze die laten moesten. Er werd een enorme tent op het terrein gezet waar de eerste opvang plaats vond. Er waren veel te weinig artsen en verpleegkundigen om al het werk te doen, er werden studenten in opleiding ingeschakeld om hulp te bieden.  Vrijwilligers zorgden voor de maaltijden. Er was dagelijks spoedoverleg met de lokale bestuurders om maatregelen te treffen, het virus leek niet te stoppen, patiënten werden doorverwezen naar ziekenhuizen ver weg. Ik hoorde van collega’s dat het in andere wijken van de stad nog veel erger was. 

Hier in het Walter Reed is het een vijfsterrenhotel vergeleken met de ziekenhuizen in de provincie. Ik schaam me dood.  

Geplaatst in Feiten en meningen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Oude monarchen pakken het onhandig aan

Natuurlijk waren er altijd vorsten die handig gebruik maakten van hun hoge positie. Ze sloten voordelige overeenkomsten die goed uitpakten voor hun land maar vooral ook voor hun eigen portemonnee. Vaak gingen die overeenkomsten over wapens, over land of over vergunningen. Er waren maar weinig mensen die op de hoogte waren van dergelijke zaken en de thesaurier, de koninklijke penningmeester, werd goed betaald om zijn mond te houden. 

Ex-koning Juan Carlos van Spanje kreeg miljoenen aan dollars uitbetaald door gulle Saoediërs, als dank voor gunstige contracten. Maar in deze tijden kan je niet meer alles geheimhouden. Dat was zijne majesteit even vergeten. Ook zijn vele affaires bleven niet geheim en deden afbreuk aan zijn met zorg opgebouwde reputatie. De Spaanse monarchie heeft al geen sterke positie al twee keer werd het land een republiek, in 1873 en 1931. Juan Carlos vertrok naar Abu Dhabi, zijn zoon Felipe moet er alles aan doen om de monarchie overeind te houden.

En dan die arme koning Albert II, die heel lang volhield dat jonkvrouw Delphine Boël niet zijn dochter was. Wat dom. Zijn voorouders wisten precies hoe je zoiets moest aanpakken. Het was eerder regel dan uitzondering dat koningen, prinsen, grootvorsten, aartshertogen en andere adellijke personages er minnaressen op nahielden. Maar daar sprak je niet over, dat gebeurde achter de coulissen van het paleis.  Soms leidde dergelijke affaires tot buitenechtelijke kinderen, niets ongewoons. Sommige vorsten hadden een speciale vertrouweling in dienst die de gevolgen van het liefdesspel moesten oplossen. Dat gebeurde meestal met een flinke som gelds. Als de betreffende minnares erg lief was kreeg ze een mooie buitenplaats en een titel cadeau, gravin Van Hoenderloo of zo, iedereen tevreden, geen haan die er naar kraaide, om in pluimveetermen te blijven. Kunstenares Delphine kreeg van de rechter de officiële achternaam van haar vader, prinses van Saksen-Coburg-Gotha en zij en haar kinderen mogen zich prins en prinses van België noemen. 

Geplaatst in Feiten en meningen | Een reactie plaatsen

Wilskracht

Natuurkundigen zijn al eeuwenlang bezig om krachten in kaart te brengen en te beheersen. Ze weten heel veel over de zwaartekracht over warmtekracht, over windkracht en stuwkracht.  Krachten zetten machines in beweging, houden de economie in stand. Sommige krachten zijn ronduit mysterieus, zoals de kracht van de maan die eb en vloed in gang zet. 

Opvoeders zijn dol op wilskracht. ‘Als je maar wil, dan kan je het’, ’willen is kunnen’, ‘waar een wil is, is een weg’. Allemaal mooie lessen die ons willen laten geloven dat als je maar wil, er heel veel is te bereiken. 

‘Ik wil rijk en beroemd worden’, zegt Sandra tegen haar moeder die net aan het uitrekenen is dat ze deze maand weer vele tientjes te kort komt om de huur te betalen. ‘Ja schat’, zegt moeder maar ze gelooft er niets van. 

Wilskaracht kan in veel situaties belangrijk zijn. ‘Volhouden, niet meteen opgeven’, ‘nog een keer, je kan het pas als je het heel vaak gedaan hebt’, ‘je moet er iets voor overhebben, pijn lijden hoort erbij maar het leidt ergens toe, je kunt je doel bereiken’. 

We worden voortdurend aangespoord om wilskracht te tonen. Maar ze vergeten vaal erbij te zeggen dat wilskracht ook zijn grenzen heeft.  Soms word je niet beter, soms haal je je gestelde doel niet, ook al wil je het nog zo graag.  

Geplaatst in Feiten en meningen | Tags: , , , , | 1 reactie

De bontjas van moeder

Bij het opruimen van bestanden op mijn computer kwam ik het begin tegen van nog een verhaal over Caroline uit Bussum.Vanochtend heb ik het afgemaakt. Ik ben n bezig met het samenstellen van een verhalenbundel waarin ook alle verhalen over Caroline bij elkaar komen te staan.

De bontjas van moeder

Het was opnieuw geen winter om een bontjas te dragen, anders had ze het zeker gedaan. Caroline had de jas geërfd van haar moeder, een mooie nerts in prima staat. Minstens vijftig jaar oud en door haar moeder nog vermaakt naar de mode van 1975. En die hing al jaren bij haar op zolder in een speciale hoes.
Elk jaar overwoog ze om die jas toch eens te gebruiken. Maar ze aarzelde dan en liet hem weer boven hangen. ‘Doe dat ding toch weg’, had ik vaak genoeg gezegd, want ik wilde niet met haar op stap in zo’n jas van dierenhuidjes. ‘Dat kan nu echt niet meer’, zei ik. ‘In Amsterdam worden dames die rondlopen in dergelijke bontmantels met verf besmeurd, dat risico wil je toch niet lopen?’  ‘Nee’, zei Caroline, ‘maar ik moet komende week naar Zürich en daar wordt nog wel bont gedragen. Echt waar. Daar zijn ze niet zo gevoelig als in dat Amsterdam van jou’. 

Ze had de hoes mee naar beneden genomen en op de bank gedrapeerd. ‘Moet je kijken wat een beauty’ zei ze en ze ritste de hoes open.
Het eerste wat ik zag waren beestjes die wegkropen uit het licht. Het korte jasje zag er aangevreten uit, overal lag een soort poeder, de kraag was kaal, het bont was gewoon verdwenen. ‘Hoe kan dat nou’, riep Carolien vertwijfeld, ‘ik heb overal anti-motpapier tussen gelegd. Dat kan toch niet’. Ze zag de beestjes nu ook bij de rand van de mouw, daar zaten gaten in de voering.
Haar hand ging over de zachte stof, ze klopte liefdevol op de zijpanden. ‘Mijn moeder was er zo trots op. Ik lijk nu net op Juliana, zei ze dan. Die jas had inderdaad iets vorstelijks.’ Maar nu was de warme bruine kleur vaal geworden, de glans was eraf. Er viel niet meer mee te pronken, ook in Zürich niet. 

Julaian’s bontjasje

‘Gewoon wegdoen’, zei ik. ‘Net om treuren, Jouw moeder is al twaalf jaar geleden gestorven, Nu kan je nog een keer een beetje afscheid nemen.’
Ik pakte een vuilniszak uit de keuken en propte de bontjas erin, het paste net.
Caroline knikte. ‘Het is goed zo’, zei ze. 

Geplaatst in royalty, verhalen | Tags: , , | 1 reactie

‘met de baard’

Een koning met baard. Wij keken ervan op toen Willem Alexander vorig jaar na de zomervakantie terugkwam met een rossige baard. Het stond hem goed, vond iedereen, de baard mocht blijven. Nu is er zelfs al een munt geslagen met de beeltenis van de koning met baard. 

Koninklijke figuren met baard waren de afgelopen decennia een zeldzaamheid, maar als we de geschiedenis induiken blijken baarden eerder regel dan uitzondering.  De Wüttembergse hertog Wilhelm I had een vrolijk baardje en dat werd zijn handelsmerk, hij kreeg de bijnaam ‘Wilhelm im Bart’. 

In de middeleeuwen met al die graven, hertogen, koningen en keizers was het lastig om de heren uit elkaar te houden ze kregen dan al gauw bijnamen, zoals ‘Met de bult’ (Godefroid van Lotharingen, Le Bossu) , ‘de Grote’ (Karel de Grote, Peter de Grote)  ‘de Stoute / moedige (Philips de Stoute)’, ‘de Wijze’ (Alfonso X, de Wijze, koning van Castilië), ‘de Rijke (Graaf Willem van Nassau, de vader van Willem van Oranje)‘de Verschrikkelijke’ (Ivan de Verschrikkelijke, tsaar van Rusland) , ‘de Zwijger’ (Willem de Zwijger) , ‘de Vrome’ (Lodewijk de Vrome) of naar de kleur van de bard zoals Frederik I, keizer van het Duitse Rijk die Frederik Barbarossa werd genoemd. 


Zal Willem Alexander straks ook in de geschiedenisboekjes worden herdacht als ‘Willem met de baard’? 

Over bijnamen van koningen op het Iberisch schiereiland zie https://historiek.net/joop-drankorgel-andere-vorstelijke-bijnamen/66472/

Over pijnlijke bijnamen https://historianet.nl/maatschappij/vorsten/koningen-kregen-pijnlijke-bijnamen

Geplaatst in Feiten en meningen, namen, royalty | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Herinnering aan Berlijn

Vorige week heb ik gewerkt aan een klein fotoboekje met foto’s en teksten uit Berlijn. In de afgelopen vijfentwintig jaar was ik wel twintig keer op bezoek in die stad waar ik me thuis voelde. Dierbare herinneringen moet je koesteren.
Hierbij een van de aardigste foto’s, een herinnering aan een ochtend in Prenzlauerberg. Zoals gewoonlijk was ik oude fiets, keek zomaar wat rond. En zag ik deze meubelzaak.
Het moet midden jaren negentig zijn geweest, tien in het voormalige Oost-Berlijn nog niet alles was opgeknapt en mooi gemaakt. Toen nog niet overal veel verdienende jonge mensen woonden die de oude bewoners uit hun huizen dreven en de huren met sprongen omhoog gingen. Berlijn was toen nog goedkoop, nog niet af.

Geplaatst in Feiten en meningen | 1 reactie

Berghain

Unknown-1
De beroemde technoclub Berghain in Berlijn is wegens de coronacrisis al maanden gesloten en gaat misschien wel nooit meer open. Het wordt volgens berichten in de media een centrum voor moderne kunst. We zullen zien.
Schermafbeelding 2020-08-17 om 10.36.59Ik kan in ieder geval zeggen dat ik er ben geweest. Het was in 2004, ik was in Berlijn met mijn goede vriend Fred, die graag en veel uitging. Via hem kende ik weer twee vrienden die vol waren over een nieuwe club die ze aan het inrichten waren, dat zou het nieuwste van het nieuwste worden. Daar moesten we beslist een keer een kijkje nemen.
Op een zaterdagavond pakten we een taxi en reden naar het Ostbahnhof. Daar ergens op een rommelig bedrijventerrein moesten we zijn, in de Panoramabar. Voor ons dook het grote statige gebouw op dat tientallen jaren dienst had gedaan als energiecentrale. De naam Berghain bestond nog niet, er was nog geen lange rij te zien voor de grote deuren beneden. Unknown-2
De superstrenge portier Sven Marquardt was nog niet in dienst maar was wel te vinden op de bovenste verdieping waar de muziek keihard door de enorme ruimte schalde. Er waren kluisjes waar je je spullen kon bewaren, de bedoeling was dat je zoveel mogelijk kleding uittrok. Veel mannen liepen naakt rond op stevige bergschoenen, hun consumptiekaart en sleutels bewaarden ze in hun sokken. Er waren ook een paar jonge vrouwen die er heel uitdagend uitzagen. Ik hield mijn leren broek en T-shirt aan, Fred verdween in de richting van de enorme darkroom ergens aan de zijkant. Ik kreeg bier van de twee gastheren die me wezen op de enorme lichteffecten op de plafonds en langs de muren en de spiegelgladde vloeren, allemaal hun werk. Ze liepen op hun lakschoenen naar de enorme dansvloer in het midden, ik bleef zitten aan de lange hoefijzervormige bar.  

Een bebrilde man kwam naast me zitten, piercings in zijn lip, tatoeages in zijn nek. Niet echt mijn type, maar hij kwam steeds dichterbij.
‘Wordt het niet eens tijd dat jij ontmaagd wordt?’ lispelde hij in mijn oor. Ik keek hem verbaasd aan. ‘Dan ben je ruim twintig jaar te laat’, kon ik uitbrengen. Hij trok me naar zich toe en zoende me hard op mijn mond waarbij hij op mijn onderlip beet. Dat deed pijn. Ik maakte me van hem los en liep van hem weg. Hij zei nog wel iets maar dat verstond ik niet meer. Unknown-4
Ik nam een kijkje in de donkere hoek waar een grote kluwen mannen op allerlei manieren bezig waren met groepsseks, het leek wel een rugbyteam dat een crunch uitvoerde. Ergens meende ik het lange lijf van Fred tussen al dat gefriemel waar te nemen maar het was onduidelijk of hij het werkelijk was.

De jaren zeventig waren de jaren van seks en rock ’n roll, dit waren duidelijk de jaren van techno, seks en speed. Het leek wel alsof de muziek steeds harder werd gezet, de dj stond de menigte op te zwepen. Deze club ging het helemaal maken dat was wel duidelijk, maar ik was er echt te oud voor. Ik was opgelucht toen ik weer buiten stond en de frisse nachtlucht kon inademen. Bij het Ostbahnhof vond ik een taxi die me weer snel naar het vertrouwde Schöneberg terugbracht.
Schermafbeelding 2020-08-17 om 10.24.16Een paar maanden later ging Club Berghain officieel open en sindsdien reisden honderden liefhebbers ieder weekend naar Berlijn om te hopen niet afgewezen te worden door de strenge Türsteher Sven Marquardt, de man die me zo hard op mijn lip had gebeten.

 

 

Geplaatst in Berlijn, Duitsland | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen