Oud

Elisabeth II van Engeland (95), Margaretha van Denemarken (81), Carl-Gustav XVI van Zweden (75) en Harald van Noorwegen (84) denken er niet over om de hen opgedragen taak neer te leggen. Ze zullen nooit abdiceren en als staatshoofd doorgaan tot hun overlijden. Dat is nu eenmaal traditie, zo hoort het in hun ogen, ze vervullen een door god gegeven opdracht en die kan je niet zomaar even opzeggen alsof het een gewone baan betreft. 

In enkele andere landen is het juist de gewoonte geworden dat het staatshoofd ergens rond hun zeventigste verjaardag het stokje overgeeft aan haar of zijn opvolger. Wilhelmina deed het, moe en eenzaam in 1948, ze was toen 68 jaar oud. Juliana deed het in 1980, haar geheugen liet het steeds vaker afweten, ze was toen 71, Beatrix, nog altijd energiek als altijd, volgde het voorbeeld in 2013, ze was toen 75 jaar oud.

Op de lagere school was ik onder de indruk van het verhaal over het aftreden van keizer Karel V in 1555. De vorst was moe en bezorgd over de godsdiensttwisten in zijn rijk. Leunend op de nog jeugdige Prins van Oranje deed hij afstand van al zijn titels en trok zich terug in een klooster in Spanje. Hij was nog maar 55 jaar. 

Soms werden vosten gedwongen om af te treden, zoals alle Duitse vorsten in 1918.  Koning Leopold II van België deed in 1951 afstand vanwege zijn rol in de Tweede Wereldoorlog. Hij kreeg bij een referendum over de ‘koningskwestie’ een nipte meerderheid, niet genoeg om aan te blijven vond hij en hij droeg zijn taken over aan zijn oudste zoon, koning Boudewijn.


Koningin Christina van Zweden was in veel opzichten een uitzonderijke vrouw, die vanaf haar kroning in 1633 veel vrienden maar ook veel vijanden had. Onder druk van de politici deed ze in 1654 afstand van de troon en zette haar rusteloze leven voort in Rome waar ze in 1689 overleed. 

Dramatisch is de radiotoespraak te noemen die koning Edward VIII in 1936 hield nog voordat hij was gekroond. Hij kondigde aan dat hij geen koning kon worden omdat hij zijn relatie met de gescheiden Mrs Wallis Simpson niet wilde opgeven. Zij zouden als hertog en hertogin van Windsor hun hele verdere leven in Frankrijk wonen, de relatie met Engeland en de koninklijke familie verliep moeizaam.

Aftreden is dus ook in Engeland en Scandinavië niet onmogelijk, maar alleen als het niet anders kan. Hun beoogde opvolgers staan in de coulissen te trappeen, klaar om hun taak over te nemen, al is het de vraag of de Prins van Wales (73) intussen ook niet te oud is om nog aan het koningsschap te beginnen.

Geplaatst in royalty | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Een Italiaanse prinses?

Willemijn van Dijk noemt Marianne van Oranje-Nassau een ‘vergeten prinses’. Dat was ze misschien halverwege de vorige eeuw maar sindsdien zijn er zeker zes boeken gewijd aan de enige dochter van koning Willem I die na haar opzienbarende scheiding het zwarte schaap van de familie werd. De prinses Albrecht van Pruisen zoals ze in Den Haag werd genoemd woonde na haar huwelijk lang in Berlijn. Na haar scheiding volgden er rusteloze jaren van reizen naar Italië, naar het Heilige Land, naar Egypte en Syrië. Op Sicilië schonk ze het leven aan een buitenechtelijk kind, haar zoon Johannes Willem., zoon van de man met wie ze de rest van haar leven zou delen, haar bibliothecaris en secretaris Johannes van Rossum.

Prinses Marianne hield zeker van Italië, ze kocht een huis aan het Comomeer, bestemd voor haar oudste dochter Charlotte. Ze verbleef een winter in Rome, en zoals veel intellectuelen uit de 19de eeuw hadden ze over Italië een romantische voorstelling, de bakermat. Van alles wat mooi en verheven was.

Voor zichzelf en Johannes van Rossum kocht ze in Erbach bij de Rijn in het hertogdom Nassau het verwaarloosde kasteel Reinhartshausen dat ze liet opknappen en verfraaien. Daar bleef ze ook na de vroege dood van Johannes Willem wonen tot haar dood in 1883.

Prinses Marianne was voor haar tijd een opmerkelijke vrouw die zich weinig aantrok van de conventies van haar tijd. Ze was een diepgelovige vrouw die zich bewust was van haar bevoorrechte positie, maar altij haar eigen keuzes maakte. Er verschenen schandelijke verhalen over haar, grotendeels gebaseerd op roddel en fantasie. Feministes zagen in haar een voorloopster en mede strijdster.

Genoeg reden om een boek aan haar te wijden. Maar het had beter ‘De Duitse prinses’ kunnen heten, want een groot deel van haar leven bracht ze in Duitsland door, haar moeder was Pruisisch, haar man en drie van haar vier kinderen waren Pruisisch, maar dat is natuurlijk een minder aantrekkelijke titel.

Geplaatst in Feiten en meningen, royalty, schrijven | Tags: | 3 reacties

Laat je niet ringeloren!

Niet begrijpend kek ze me aan. Sprak ik Peruaans? Ze had geen idee wat ik bedoelde. Dat gebeurt me vaker. Als oude man spreek ik een Nederlands dat jonge mensen soms niet meer begrijpen. Woorden en uitdrukkingen verdwijnen, er komen weer nieuwe bij die ik dan weer niet ken of niet begrijp. 

Laat je niet ringeloren betekent iets als ‘Laat je niet kisten’, zorg dat de ander je niet de baas wordt’, ‘laat je de kaas niet van het brood eten’.  Volgens ‘Onze Taal komt het van het werkword ‘ringelen’: het van een ring voorzien van vee om ze makkelijk te kunnen leiden, een ring door de neus of het oor. Figuurlijk ook gezegd van mannen die bij hun vrouw onder de plak zaten, iets wat volgens veel zegswijzen gebruikelijk was in oude tijden, in alle lagen van de bevolking. Jacob Cats dichtte in 1622: “Men vint in ouden tijd, en op ten dag van heden, Veel Prinssen wijt en breet van yder aengebeden, Geducht by al het volck, en deftigh van bedrijf, Maer in hun eygen huys geringelt van een wijf.”

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , | 2 reacties

Bestellen

Een pientere cursist stelde me een vraag waar ik eens goed over moet nadenken: wat betekent in het Nederlands ‘bestellen’. Het lijkt zeker in deze coronatijd makkelijk: Je bestelt een afhaalmaaltijd en die wordt keurig op tijd thuisbezorgd. Je bestelt een boek, het wordt per post afgeleverd. Bestellen = een order plaatsen. 
Maar wat doet een bestelbusje dan? Dat levert de bestelling af. Een brievenbesteller is niet iemand die orders plaatst maar iemand die brieven aflevert. 
In het ene geval is bestellen het begin van een serie handelingen, in het andere geval bijna het eind van de handelingen. 

Ik moet het steeds weer uitleggen: taal is niet logisch, maar wel boeiend. 

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Het geslacht De Boer Kaspari

Het was mijn overgrootvader die als jurist in Batavia werkte. Hij was, zo blijkt uit die ene foto die in het familiealbum wordt bewaard, een ijdele man. Driedelig maatpak, gestrikte das, zegelring, dasspeld. Alles keurig verzorgd. Hij wist een lastige kwestie rond de Nederlandse Handelsmaatschappij handig op te lossen wat hem een lintje opleverde en de complimenten van koning Willem III die grootaandeelhouder was in deze voorloper van de ABN bank.

Na tien jaar was Jan Willem de Boer weer terug in Nederland waar hij een villa kocht in Zeist en het rustig aan ging doen. Zijn verzoek aan de koning om de naam van zijn moeder te mogen toevoegen aan die van zijn vader werd welwillend beantwoord. Vanaf 1885 heet onze kleine familie De Boer Kaspari. Jan Willem had voorzichtig gevraagd of er ook een predicaat aan toegevoegd mocht worden, maar jonkheer is hij nooit geworden. 

Ook mijn gootvader droeg die dubbele achternaam met trots. Het verhief hem boven al die andere familieleden die gewoon als De Boer door het leven moesten. Hij werd benoemd tot burgemeester van een kleine gemeente in de Achterhoek die na en paar jaar werd opgeheven. Zijn hele verdere leven gedroeg Willem Jan zich alsof hij nog steeds burgemeester was. Decorum, daar draaide het om. Hij woonde in een groot huis aan de rand van de weilanden, hield paarden en een oude Bugatti waar niemand aan mocht komen. Zijn grootste zorg was het voortbestaan van het geslacht De Boer Kaspari. Zijn enige broer was nooit getrouwd – er werd zelfs gefluisterd dat hij samenwoonde met een acteur in het verre Den Haag. 

Zijn hoop was gevestigd op zijn twee zoons die na hun studie in Delft en Leiden in het westen van het land waren gebleven. Ze leken geen haast te maken met het stichten van een gezin en te zorgen voor mannelijke nakomelinge die de mooie familienaam zouden kunnen voortzetten. De oudste, Arend Jan, ging werken voor een groot internationaal bedrijf en verdween al snel naar Londen. Daar kwam hij op Kerstavond 1974 om bij een tragisch verkeersongeluk. De precieze omstandigheden zijn nooit helemaal opgehelderd, maar hij is begraven op een klein kerkhof in een grauwe Londense buitenwijk. 

De tweede zoon, mijn oom Hendrik Jan, bleef braaf in Nederland en werd gemeente-secretaris een paar dorpen verderop. Hij zou zeker spoedig benoemd worden tot burgemeester, zo dacht mijn grootvader, maar dat gebeurde niet. Hij trouwde met een bleke dochter uit een verarmde adellijke familie. Zij was acht jaar ouder dan hij ontdekte ik later. Ja, ze wilden graag kinderen en ze deden echt hun best, verzekerde Hendrik Jan, maar die kinderen kwamen niet. Hendrik Jan en zijn bleke vrouw gingen na twaalf jaar apart wonen maar zijn nooit formeel gescheiden. Mijn grootvader was wanhopig zou het geslacht De Boer Kaspari dan maar zo kort bestaan? 

Maar er was ook de jongste, mijn moeder. Grootvader had de opvoeding van Catherina helemaal overgelaten aan mijn grootmoeder, hij had geen verstand van meisjes, zei hij altijd. Na wat omzwervingen kwam mijn moeder terecht op een kunstopleiding in Groningen, ze leerde er wandkleden maken en werd een regionale beroemdheid. Ze specialiseerde zich in het restaureren van antieke wandkleden en heel af en toe maakte ze in opdracht een wandkleed voor een gemeentehuis of een kantoor van de boerenleenbank. 

Toen ze jong was had ze relaties met veel verschillende mannen maar na haar dertigste leefde ze alleen. Ze woonde naast haar atelier in een piepkleine woning die ze zelf had getimmerd in een oude paardenstal. Kinderen had ze graag gewild, maar toen ze niet kwamen vond ze het ook best. Ze genoot van haar vrijheid. In de zomermaanden zwierf ze graag door Ierland of IJsland in een oude Citroën 2CV.  

Ze had nog maar zelden contact met haar ouders in de Achterhoek. Ze ging er weer heen toen haar moeder ernstig ziek werd. Ze verzorgde haar zo goed als ze kon en regelde wat nodig was. Ergens in een zijkamer huisde haar oude vader. Ze sprak hem nauwelijks. Op een middag kwam hij naar haar toe en begon een gesprek over de familie. Hoe erg het wel niet was dat de naam De Boer Kaspari straks niet meer zou bestaan. Daar had Catharina geen enkel probleem mee. Ze gebruikte nooit haar volledige achternaam, iedereen in haar werk kende haar als Catherina de Boer, dat was ruim voldoende. Maar haar vader bleef aandringen. Als zij als ongehuwde vrouw toch nog een kind zou krijgen, dan zou die toch haar volledige achternaam krijgen of zou die dan toch de naam van de vader krijgen?  Catherina wist het niet en had er nooit over nagedacht. Zij had geen toekomstige vader en geen toekomstig kind in het vizier.

Toch werd ze een jaar later zwanger. Er was een collega uit Zweden die graag bij haar wilde komen kijken om zich verder te verdiepen in de restauratie van antiek textiel. Hij logeerde in het atelier. Hij was aardig en aantrekkelijk en van het een kwam het ander. In het voorjaar vertrok Lennard weer naar het hoge noorden en Catherina bleef zwanger achter. Mijn grootvader verheugde zich op de komst van de kleine, eindelijk een nazaat die die zijn mooie achternaam zou dragen.  
Maar het liep anders. De Zweedse collega kwam terug. Hij koesterde de dikke buik van mijn moeder, en vroeg haar ten huwelijk. Ze trouwden vlak voor mijn geboorte en mijn vader kon zijn zoon zelf aangeven bij het gemeentehuis, met zijn achternaam Virestad Thorstensson. 

Toen mijn grootvader hoorde dat zijn Catharina opeens getrouwd was met een buitenlander was hij sprakeloos. Hij wilde aanvankelijk niets meer met haar te maken hebben. Hij draaide bij toen hij Lennard leerde kennen en zag hoe goed hij voor Catherina was die maar moeilijk aan haar moederschap kon wennen. Toen hij de mooie dubbele achternaam op het geboortekaartje voor het eest zag, liet hij al zijn vooroordelen achterwege. Helemaal toen hij begreep dat de zijn kleinzoon ook nog eens de titel van baron droeg.  

Ik heb mijn grootvader nauwelijks gekend, hij stief aan een beroerte toen ik vier jaar oud was. Mijn oom Hendrik Jan overleed een jaar later in Zwitserland. Mijn lieve moeder is vorig jaar gestorven in Zweden waar ze samen met mijn vader naartoe was verhuisd.  Ze waren zo gelukkig samen.  Daar op het kille kerkhof van  Ystad realiseerde ik me dat er nu definitief een einde was gekomen aan het geslacht De Boer Kaspari.

Sverre Thorstensson.

Geplaatst in verhalen | Tags: , , , , , | 7 reacties

Het staat toch in de Bijbel

Homoseksualiteit wordt door zeer gelovige christenen vaak afgewezen met als argument: het staat toch in de Bijbel. Nou heb ik in mijn jeugd veel in de Bijbel moeten lezen en later als schoolmeester heb ik enthousiast Bijbelverhalen aan mijn leerlingen doorgegeven. Maar ook toen viel me al op dat er veel merkwaardige dingen in dat oude boek staan, bijvoorbeeld de voorschriften uit het bijbelboek Deutronomium. 

Deotronomium 21:18
Wanneer  een man een koppige en opstandige zoon heeft, die ondanks strafmaatregelen weigert zijn ouders te gehoorzamen, moeten zijn ouders hem bij de leiders van de stad brengen en zeggen:  “Deze zoon van ons is koppig en opstandig. Hij wil ons niet gehoorzamen, hij gooit met geld en drinkt te veel!” Dan zullen de mannen van zijn stad hem door steniging ter dood brengen. Op die manier moet u dit kwaad uit uw midden wegdoen en heel Israël zal horen wat is gebeurd en diep ontzag hebben voor de Here.

Daar hoor ik de voormannen van de Refroscholen nooit over. Ik zou tegen tegen die mannenbroeders zeggen: begin maar eens met het doden van die koppige leerlingen voordat je homo-leerlingen verbiedt om lief te hebben.

Meer fraaie regels uit dit Bijbelboek:

– Draag geen kleren die van twee soorten stof zijn gemaakt, wol en linnen bijvoorbeeld. 
– U moet franjes maken aan de vier hoeken van de mantel die u draagt.
 – ‘Als de zaadballen van een man zijn beschadigd of als zijn mannelijk lid is afgesneden, mag hij de eredienst van de Here niet bijwonen.
– Een bastaard mag eveneens de eredienst niet bijwonen en gedurende tien generaties mogen zijn nakomelingen dat ook niet.
– Van een buitenlander mag u wel rente vragen, maar niet van een Israëliet. Want als u rente vraagt van een broeder, zal de Here, uw God, u niet zegenen bij alles wat u doet, wanneer u in het beloofde land aankomt.

Artikel 23 van de Grondwet geeft gelovigen de vrijheid om onderwijs te geven op basis van een geloof dat een andere visie heeft op de maatschappij dan de grote meerderheid van de bevolking. Dat moet wel botsen.
We leven niet in een theocratie. Tijd dus om de dit artikel 23 van de Grondwet, Vrijheid van onderwijs, grondig te herzien. want straks moeten we allemaal franjes maken aan de hoeken van onze mantel.

Geplaatst in geschiedenis, homoseksualiteit | Tags: , , , , , , , | 2 reacties

Bouwlust

Overal in Amsterdam wordt gebouwd, lijkt het wel. Voormalige industrieterreinen worden omgetoverd in aantrekkelijke woongebieden. Waar eens fabrieken stonden en goederen werden opgeslagen, komen nu dure appartementen. Zo ook op het Cruquius-schiereiland in het oostelijk havengebied. Waar nog niet zo lang geleden een grote betonfabriek stond en een afvaldepot van de gemeente, staan nu hoge kranen, de eerste flatgebouwen zijn al klaar. Overal een uitzicht op water, het water van het IJ, het Amsterdam-Rijnkanaal en de Entrepothaven. Op de websites van de projectontwikkelaars ziet het er allemaal fantastisch uit, grote appartementen met een balkon of dakterras, altijd mooi weer en palmen in de hoek, een bootje in de verte. Op zondagochtend als wij er een kijkje nemen is het nog rommelig. Er wordt nog hard gewerkt, veel is nog niet af. Ik mis gezellige pleinen en vooral groen. Gelukkig zijn een aantal oude gebouwen bewaard gebleven. Pleinen lijken niet voor te komen in het vocabulaire van de stadsplanners, terwijl ze toch zo’n nuttige functie kunnen hebben. Starters en mensen met een kleine beurs hebben niets te zoeken in deze nieuwe wijk. Gaan jullie maar naar Zaandam, naar Weesp of nog verder weg.

Geplaatst in Feiten en meningen | Tags: , , , , | 1 reactie

Egal wie man sich dreht und wendet der Arsch bleibt immer hinten

Vorige week ben ik begonnen in het aardige boek ’Brave Hunde kommen nicht zum Südpol’ van de Noor Hans Olav Thyvold. Ik lees het in het Duits om mijn woordenschat te onderhouden. Dat gaat overigens vrij makkelijk, het is geen lastig boek. Al op een van de eerste pagina’s kwam ik deze uitdrukking tegen: ‘Egal wie man sich dreht und wendet, der Arsch bleibt immer hinten’ (Hoe je je ook wendt of keert, je kont zit altijd vanachter). Ik kende die uitdrukking niet en moest er wel om lachen. 
Het is natuurlijk een waarheid als een koe. Een nuchtere constatering, daar hou ik we van. Sommige zaken zijn nu eenmaal zo, daar kan je niets aan veranderen. Leg je er maar bij neer, doe geen moeite, ’t is wat het is. Je kunt heel idealistisch zijn en wensen dat alles anders wordt, maar dat zal voorlopig niet gebeuren, de zaken blijven zoals ze zijn. 

Tijdens mijn studie Nederlands werd in dergelijke gevallen het begrip toop of topos wel gebruikt, zonder dat ons nou precies duidelijk was wat daarmee werd bedoeld. Dat Grieks klonk wel indrukwekkend. Wat ik heb onthouden was dat het iets was als ‘een algemeen bekende wijsheid’, een bevestiging in woorden van iets dat iedereen wel wist, bewust of onbewust. Zo bezien is bovenstaande uitdrukking dus een echte topos

Dat hier ‘Arsch’ wordt gebruikt klinkt logisch. Het had ook ‘staart’ kunnen zijn maar Duitsers hebben nu eenmaal een obsessie met het begrip ‘Arsch’. Hoe het in het Noors zit hen ik helaas niet kunnen vinden.

Hans Olav Thyvold, Snille Hundar kommer ikke til Sydpolen / Brave honden halen de Zuidpool niet

Geplaatst in Feiten en meningen, literatuur | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Vier vrouwen

WA: Zouden we dat nu wel doen, in deze tijd. Is het wel verstandig?

A1: De Bentincks gaan ook naar hun huis in Portugal. Dan mogen wij toch ook wel even weg in de herfstvakantie?

A2: Mijn roze vest ligt nog op mijn kamer in. Griekenland, dat heb ik echt nodig.

A3: Niemand van ons is verkouden, we besmetten heus niemand hoor als we een weekje weggaan. 

WA: Wat vindt mama ervan?

Mx: Ik wil heel graag even in de zon zitten. Hier zie ik alleen maar grijs en ik word ziek van al die coronaberichten. Even niets aan mijn hoofd. Heerlijk.

WA: Mmm. Ik weet het niet. Er moet geen gedonder van komen.

Mx: Maar we gaan naar een geel gebied. Veilig dus. Daar in Kranidi is niets aan de hand. Hier lopen we veel meer risico. Hier is het rood.

A1: Toe paps. En je kunt op maandag toch gewoon skypen met Marc. Wij skypen ook met onze docenten.

A2. Ik wil echt mijn roze vest ophalen, ik zou niet weten hoe ik de winter doorkom zonder. 

A3: Mama wil het ook heet graag. Mag het?

WA: Ik geef me gewonnen. Tegen vier vrouwen kan ik niet op …

Geplaatst in royalty | Tags: , , , , , | 2 reacties

Dorps in Amsterdam

Deze buurt kende ik nauwelijks. Toen het nog was het mooi weer was, fietste ik door het Vondelpark naar de Hoofddorppleinbuurt. Ik belandde op de Jacob Marisstraat en het Jacob Marisplein. Het leek wel of ik de stad was uitgefietst en in een dorp ver buiten de stad terecht was gekomen. Rust en stilte en lage huizen met een vriendelijke uitstraling. De geveltjes van de eerste reeks huizen doen een beetje denken aan de gevels van oud-Amsterdam.

De Jacob Marisstraat is nog gebouwd in de tijd dat sloten een zelfstandige gemeente was ten westen van Amsterdam, Sloterdijk en de Baarsjes hoorden tot deze gemeente. Hier geen revolutiebouw zoals in de Pijp of Oud-West maar keurige middenstandswoningen voor de goedverdienende forens die in een rustige, dorpse omgeving wilde wonen.

Maar de stad heeft hen ingehaald. Even verderop verrijst de hoogbouw van Nieuw-West en ook in Sloterdijk worden de gebouwen alsmaar hoger.

Hier in de Jacob Marisstraat kan je nog genieten van ouderwets fraai metselwerk.  Het moet voor de aannemers een genoegen zijn geweest om al hun ideeën in ingewikkelde patronen om te zetten. Als je goed kijkt zie je dat in de laatste jaren vooral aan de bovenkant talloze uitbouwen en opbouwen zijn verrezen op deze zeer gewilde panden in dit dorpse deel van Amsterdam. 

Geplaatst in Amsterdam | Tags: , , , | 3 reacties