Borat

UnknownIn zijn boek ‘De levens van Jan Six’ schetst Geert Mak een mooi beeld van de opkomst van Amsterdam aan het begin van de zeventiende eeuw. Hij beschrijft heel beeldend hoe migranten uit de Zuidelijke Nederlanden een stempel drukten op de taal en de bedrijvigheid in de stad. De familie Six kwam uit Saint-Omer in Noord-Frankrijk. Ze trokken daar weg omdat ze als protestanten vervolgd werden. In Amsterdam konden ze hun vleugels uitslaan en al na twee generaties behoorden de Sixen tot de aanzienlijkste en rijkste families van de stad.

Geert Mak geeft heel veel informatie, vaak boeiende details. Soms lees ik over dingen heen. Hij vertelt bijvoorbeeld over de techniek van het verven van stoffen, een ingewikkelde zaak, het verven gebeurde met kostbare natuurproducten. Op p. 33 staat dat grootvader Charles Six een expert was in het blauwverven en daarnaast flink investeerde, ‘Buiten de Heilgenwegspoort – bij de huidige Leidsestraat –  begon hij een boratfabriek’.

Dat woordje ‘borat’ bleef hangen. Ik kende boràt alleen van dat idiote vpro-radioprogramma waar ik vroeger graag naar luisterde, een voorloper van Jiskefet en Koefnoen. En natuurlijk de Borat van Sacha Baron Cohen die wonderlijke man uit Kazakhstan die de vreselijkste dingen kon zeggen. Maar borat uit de 17e eeuw was kennelijk iets heel anders.

Volgens het WNT is borat een grove wollen stof, vaak gemengd met zijde. Ook werd er een garen mee aangeduid, ook wel ‘brat’ genoemd’, een dunne wollen draad waarvan vroeger stof van werd geweven waarvan kousen werden gemaakt.

Straatnamen in het centrum van Amsterdam herinneren nog aan de aanwezigheid van de textielindustrie, de Verversstraat bij de Zwanenburgwal verwijst naar de aanwezigheid van de textielververs, de Raamgracht is genoemd naar de ramen waarop de lappen stof werden gespannen en de Staalstraat naar de stalen stof die werden gebruikt voor de verkoop.

Als ze nog een naam zoeken voor een straat in Amsterdam mag het dus de Boratstraat worden. Met dank aan Jan Six. En Geert Mak.

Geplaatst in Amsterdam | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Kennismaking

De eerste keer dat ik Caroline ontmoette was tijdens het zoveel-jarige huwelijksfeest van Paul en Yvonne, kennissen uit Hilversum. Alles was keurig geregeld, de hapjes waren prima, het weer was mooi, de tuindeuren stonden open en toch was de sfeer bedrukt. Paul had de week ervoor te horen gekregen dat de artsen de onregelmatigheden in zijn darm niet vertrouwden, er zou een nieuw onderzoek volgen.

Caroline stond met een leeg glas in een hoekje naast de grote Mechelse kast. Ze droeg een opvallende zilveren bril en een lange ketting van kleurig glas die mooi paste bij haar zwarte jasje. Ze keek somber. ‘Zal ik iets lekkers voor je halen’, vroeg ik. Opeens lachte ze. Ja, ze wilde witte wijn en een hapje van de zalmsalade. Zo raakten we aan de praat. We probeerden of we ergens buiten  konden zitten maar de wind was nog schraal, we vonden een plekje op een bankje in de serre, we pasten er samen maar net op.

We kwamen er al gauw achter dat we een paar gemeenschappelijke vrienden hadden en roddelden op een vriendelijke manier over mijn oud-collega die zijn vrouw had ingeruild voor een jonge studente en een vriend van haar die alweer een boek had uitgegeven dat niemand ooit zou lezen. De toon was luchtig, ironisch. Daar hield ik wel van. Tussen de regels door vertelde ze mij dat zij werkte voor verschillende galeries en kunstverzamelaars. Ze bezocht ateliers en tipte de kenners als ze iets interessants had ontdekt. Zelf kocht ze ook regelmatig werk dat ze dan later weer doorverkocht, een soort belegging. Vaak ging het goed soms helemaal niet. In haar garage had ze tientallen schilderijen staan die geen mens wilde hebben, ze overwoog om ze maar naar de kringloopwinkel te brengen.

‘Jij hebt toch homo?’, voeg ze opeens midden in het gesprek. ‘Ja al tientalen jaren’, zei ik quasi vrolijk, ‘maar waarom vraag je dat?’ ‘Nou ja veel homo’s die ik ken hebben een goede kijk op kunst, maar dat zegt natuurlijk niets over jou. Sorry.’ Natuurlijk ging het daarna toch over mijn levensstijl die weliswaar niet helemaal voldeed aan die van de doorsnee homo, en ja, ik hield ook van kunst en van mooie, intelligente vrouwen. Dat vond ze dan wel weer leuk.

img_0157We bekeken de overige gasten. Ik vroeg of ze kon zien wie homo of lesbische was en wie niet. We maakten er een spelletje van. Die wel, die zeker, nee, die niet en die weet het zelf nog niet. Een lange jonge vrouw op hoge hakken begroette Caroline met twee zoenen op de wang. Het bleek een oud-stagiaire van haar te zijn die nu in Londen werkte. Ze zag er mooi uit, helderblauwe ogen en golvend lang haar als uit een shampoo-reclame. Indrukwekkend. Ik werd voorgesteld. ‘Mijn nieuwe vriend’, zei Caroline, wat ik erg lief vond. Ze  bleef nog wat staan praten maar het was wat ongemakkelijk, wij op dat bankje en zij ernaast. Ze nam gehaast afscheid en verdween weer naar de grote zitkamer.

‘En’, vroeg ik, ‘duidelijk hetero?’ Carolien lachte. ‘Nee’ zei ze, ‘Het is de enige vrouw die mij ooit heeft veroverd. Maar niet verder vertellen hoor, ik ben echt niet lesbisch!’

Meer over Caroline: Caroline uit Bussum http://wp.me/p1MauM-NG Droom tom-tom http://wp.me/p1MauM-1vB  Er iets aan laten doen http://wp.me/s1MauM-liften De lifter http://wp.me/p1MauM-1ig Op weg naar Drenthe http://wp.me/p1MauM-1ov Ik haat ochtendmensen http://wp.me/p1MauM-1sA Namen van mineralen https://wordpress.com/post/wllmkalb.blog/6245 Vanuit de heup http://wp.me/p1MauM-1AH Weekend Reykjavik http://wp.me/p1MauM-1zno Caroline in Montreux https://wllmkalb.blog/2016/02/12/caroline-in-montreux/ Levensteken van Caroline http://wp.me/p1MauM-3vY 
Geplaatst in lief en leed, homoseksualiteit, verhalen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Slopen en bouwen

IMG_1416Op heel veel plekken in de stad zie je ze aan het werk: bouwvakkers die vaak al heel vroeg van kilometers ver weg naar Amsterdam komen om aan de slag te gaan. Rond vier uur in de middag zijn ze dan weer verdwenen. Ze bouwen aan woningen, aan hotels en kantoren. Zoals altijd in tijden van vooruitgang wordt er vernieuwd en vernield. Het vertrouwde beeld van vroeger verdwijnt, nieuwe bouwwerken komen er voor in de plaats. Mensen op zoek naar een woning zijn er blij mee. Mensen die hier al jaren woonden missen hun vertrouwde omgeving, halen hun schouders op en passen zich aan.

Tussen de Laraissestraat en de Koninginneweg in Amsterdam Oudzuid ligt het Valeriusplein. Hier werd in 1910 de Valeriuskliniek gebouwd, een ziekenhuis voor psychiatrische patiënten, een statig gebouw, dat heel veel buurtbewoners kennen. Het functioneerde vele jaren prima maar werd in de loop der jaren ouderwets, onpraktisch, niet meer van deze tijd. En dus moest het plaatsmaken voor appartementen. Daar wordt nu aan gewerkt, vandaar de bulldozers, de lege vlakte, de hekken en de kale wanden.

Schermafbeelding 2017-04-21 om 14.50.53Dat zou onopgemerkt zijn gebleven als met de sloop ook niet een kustwerk zou zijn verdwenen. Het gaat om het grote gas-in-loodraam uit de centrale hal, in 1938 bij een aanpassing van het gebouw vervaardigd door Mathieu Wiegman, een kunstenaar die deel uitmaakte van de Bergense School.
De projectontwikkelaar reageerde nogal koeltjes op de ophef die ontstond over het verdwijnen van de ramen: ‘De resten liggen nog steeds bij de aannemer maar dit kunstwerk past echt niet in de nieuwbouw. Bovendien waren delen ervan al beschadigd en gestolen.’

UnknownHet zou mooi zijn als de glazen panelen van Wiegman hersteld kunnen worden er een passende bestemming voor wordt gevonden..

Geplaatst in Amsterdam, Feiten en meningen | Tags: , , , , , | 1 reactie

Wemelen

imagesEr zijn van die woorden die alleen voorkomen in vaste combinaties. ‘Het wemelt hier  ….’ is er zo een. Het werkwoord ‘wemelen’ ben ik nooit los tegen gekomen: ik wemel? wemel jij wel eens? die kinderen, ze wemelen weer behoorlijk vandaag…
Verder is er natuurlijk de plaatsnaam Wemeldinge maar die ‘wemelt’ niet, heeft een heel andere oorsprong, volgens Wikipedia:
“De naam Wemeldinge komt van een persoonsnaam. Deze persoonsnaam is vermoedelijk de Germaanse naam Wimald, een verkorting van Werimbald of Winiwald. Wemeldinge betekent hierdoor zoveel als ‘bij de lieden van Wimald, een moedige, krachtige bewaker’. Plaatsen in Zeeland waarvan de naam eindigt op -inge behoren tot de oudste van de provincie.”  

‘Mijn woordenboek’ geeft maar liefst elf synoniemen voor wemelen: barsten, door elkaar bewegen, grielen, grimmelen, krielen, krioelen, kruipen, mieren, wiemelen, wriemelen, zwermen (Mijn woordenboek.nl puzzelwoordenboek). Daar zitten juweeltjes tussen: grielen, grimmelen, wiemelen. Zijn dit typisch woordenboekwoorden (= woorden die alleen bestaan in woordenboeken, niet in de normale mensentaal) of is het dialect? Ik hoorde ze nog nooit.

Er zijn meer werkwoorden die eigenlijk alleen vervoegd met ‘het’ voorkomen, veel zaken die met het weer te maken hebben zoals: het regent, het waait, het sneeuwt, het dondert. Bij het ontleden leverde dat woordje ‘het’ nogal eens problemen op. Redekundig is het een ‘loos’ onderwerp. Taalkundig: het is een onpersoonlijk voornaamwoord. Op de Vrije School vertelde onze juf dat dat woordjes ‘het’ eigenlijk voor de Germaanse dondergod stond, die zorgde er immers voor dat het regende, sneeuwde, donderde. 

Ik hou wel van wemelen. Het rijmt zo mooi op zemelen.

Geplaatst in Nederlandse taal | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Lila handschoen

Schermafbeelding 2017-04-18 om 11.21.33Via Delpher is het mogelijk om tal van oude boeken van de Koninklijke Bibliotheek, de bibliotheek die alles heeft, digitaal in te zien. Ik speur naar de mensen die in vroegere tijden in ons huis hebben gewoond. Dat valt niet mee. Adresgegevens zijn vaag, de nummering is veranderd. Oude adresboeken helpen en beetje. Ik vond de weduwe Beckeringh, die woonde ‘over de Groenlandsche pakhuizen’. De naam Jan Jacob Beckeringh was ik al tegengekomen in een akte uit 1795, in 1821 woonde de familie dus nog steeds in hetzelfde huis.
Ik moet de neiging onderdrukken om niet te blijven lezen over heelmeesters, scheerbevrachters en accijnsmeesters. Het heeft bijna iets ontroerends om tussen al die lastig te lezen kolommen met namen en adressen uit 1821 opeens een lila handschoen uit de 21e eeuw te zien. Schermafbeelding 2017-04-19 om 08.56.46
Iemand heeft al die pagina’s gedigitaliseerd. Zodat ik kan neuzen in het Adresboek van de Stad Amsterdam dat ergens op een plank staat in de Koninklijke Bibliotheek. Iemand heeft het werk gedaan, iemand liet een spoor achter. Dank daar voor.Schermafbeelding 2017-04-19 om 08.56.14

Geplaatst in Amsterdam, Feiten en meningen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Farah Diba

Schermafbeelding 2017-04-17 om 11.31.13Mooi was ze. Ik plakte haar foto’s in mijn schoolagenda, naast die van Romy Schneider, Juliette Gréco en Grace Kelly. Het was ook prachtig wat we te zien kregen op het Polygoon Journaal is de Cineac: een statige vorst met grijzend haar aan de slapen en een stralende jonge vrouw, een kroon bezet met diamanten. Een sprookje zoals je je een sprookje voorstelt. Ik denk niet dat ik precies wist waar Perzië lag toen ik als veertienjarige haar foto’s verzamelde.

Schermafbeelding 2017-04-17 om 10.58.19De Sjah en Farah Diba waren eregasten op het zilveren huwelijksfeest van Juliana en Bernhard in 1962, een feest zonder relletjes dat groots werd gevierd. De Perzische royals telden mee in de vorstelijke eredivisie, over de wantoestanden in het thuisland werd niet gesproken, alleen echte kenners wisten over het bestaan van de Savak, de gevreesde geheime politie. Over het feit dat de sjah al twee keer was gescheiden omdat zijn twee eerste vrouwen  – onder wie Soraya de ster van vooral de Duitse roddelbladen – niet voor een mannelijke troonopvolger hadden gezorgd werd gezwegen.

Schermafbeelding 2017-04-17 om 10.57.13In 1979 was het sprookje voorbij. De sjah en zijn vrouw vluchtten het land uit, een jaar later stierf Mohammad Reza Pahlavi en bleef de weduwe achter in Cairo. President Regan bood haar onderdak aan in de VS, later ging ze naar Frankrijk waar ze nu woont, het land waar ze studeerde. Nog steeds onderhoudt ze contact met de Europese vorstenhuizen en regelmatig is ze te gast bij koninklijke bruiloften, begrafenissen en andere bijzondere gelegenheden.

De hoop dat haar oudste zoon Reza ooit nog eens de Perzische troon zal bestijgen heeft ze niet laten varen maar ze is reëel genoeg om te beseffen dat de kans daarop heel klein is. Ze kreeg nog heel wat tegenslagen te verduren, twee van haar vier kinderen pleegden zelfmoord. Onder andere daarover sprak ze in 2004 met Ivo Niehe in de TV-Show, want het vorstelijk bestaan is voor een groot deel toch allemaal show. Ook in 1999 had Niehe al eens met haar ‘gekeuveld’ tot ongenoegen van Maarten Huygen, recensent bij de NRC.
https://www.nrc.nl/nieuws/1999/01/08/galant-gekeuvel-7430014-a555808Schermafbeelding 2017-04-17 om 10.44.37

De Vlaamse journalist Peter Verlinden interviewde voor Canvas drie weduwen van gevallen dictators, Farah Pahlevi van Iran, Agathe Kanziga van Rwanda en Jehan Sadat van Egypte. Serieuzer dan Ivo Niehe. Ook de politiek komt aan de orde. Dinsdag wordt het eerste deel uitgezonden, een gesprek met de inmiddels 79-jarige Farah Diba. (Canvas 21.15-22.05 uur) .

Geplaatst in media, royalty | Tags: , , , , , | 1 reactie

‘Aan de Amsterdamse grachten’

IMG_1430‘Is dat jullie volkslied?’ vroeg deAmerikaanse vriendin toen we alweer jaren geleden het Prinsengrachtfestival bezochten. Nog steeds wordt dat afgesloten met het door Wim Sonneveld beroemd gemaakte lied Aan de Amsterdamse grachten  gezongen door de stersolist van de avond. Ik heb het gehoord met een Engels een Bulgaars en een Italiaans accent maar de solisten sloegen zich er man/vrouw-moedig doorheen.
Je kunt lekker meedeinen op de melodie. En de tekst? Ach een paar woorden kennen de meeste mensen wel maar verder? ‘een bootje van weleer’, ‘alleen de bomen dromen, hoog boven ’t verkeer’. Ook iets als ‘heel mijn hart verpand’, vreselijk ouderwets. De beste mensen weten helemaal niet meer wat verpanden betekent. Maar dat geeft niet.

De maker van dit onsterfelijke lied is Pieter Goemans die inmiddels een eigen brug heeft gekregen in Amsterdam, een belangrijke brug in de Prinsengracht over de Leidsegracht. Een hele eer. Toch is Pieter Goemans geen groot nationaal dichter of meester gebleken in het schrijven van onvergetelijke songs. Zijn vele bijdragen aan het Eurovisiesongfestival zijn terecht vergeten, zijn grootste hit was Ploemploemjenka van – wie kent haar nog – Trea Dobbs.

Ik gun Goemans natuurlijk zijn brug, – heeft dringend een likje verf nodig – maar vraag me af waarom we geen brug, gracht, staat of steeg hebben genoemd naar die andere Amsterdamse tekstdichters van heel veel prachtige liedjes, zoals Guus Vleugel en vooral Ernst van Altena. Die laatste is vooral bekend als meester-vertaler uit het Frans, liederen van Jacques Brel (Laat me niet alleen, Mijn vlakke land, Marieke) maar ook Georges Brassens en Boris Vian.

De teksten van Goemans klinken altijd wat houterig, wat gezocht, die van Van Altena zijn soepel buigzaam, spitsvondig. Nog steeds niet ouderwets.

Uit Ne me quitte pas van Brel:

Want uit een vulkaan
Die was uitgeblust
Breekt zich na wat rust
Toch het vuur weer baan
En op oude grond
Zie je vaak het graan
Heel wat hoger staan
Dan op verse grond
Het wit mint het zwart
Daglicht mint de nacht
Zwakheid mint de kracht
Mijn hart mint jouw hart
Laat me niet alleen
Laat me niet alleen

Uit Les funérailles d’antan Georges Brassens:

Als er in vroegere tijd een begrafenis was
Wist je ook zeker dat daar spijs en lafenis was
Dan kwam de huilebalk rondhuilen: “D’ris er een dood”
En in het sterfhuis staat wijn klaar en worst, kaas en brood
Waar vind je nu in een sterfhuis nog brood op de plank?
In onze tijd is men gierig met tranen en drank
Dat is de reden waarom je vandaag aan de dag
Bijna geen kans meer krijgt… tot vrolijk rouwbeklag,
Bijna geen kans meer krijgt… tot vrolijk rouwbeklag.

Ach, waar is de rouwpracht van weleer?
De fijne lijkkoetsjes, lijkkoetsjes, lijkkoetsjes
Lijkkoetsjes uit vroeger jaren
Hotsen zo gezellig op en neer

Ach, met een zweem van spijt
Zing ik mijn klaag’lijk lied
Waar is de pom-pom-pompeuze dood van weleer?

 

 

 

Geplaatst in Amsterdam | Tags: , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Amsterdamse beroepen

Schermafbeelding 2017-04-08 om 16.12.26

Het blijft altijd interessant om te kijken naar wat mensen deden die vroeger in de stad woonden. Nu steeds meer bronnen toegankelijk zijn kunnen we makkelijk in kaart brengen welke beroepen Amsterdammers uitoefenden die vermeld werden in het prachtige ‘adresboek van de notabelen der stad Amsterdam’ uit 1839-1840.
Veel kooplieden. Vaak staat er alleen maar in het adresboek waarin ze handelden: ‘in hammen, vleesch enz, in hout, in Kom- en Eisch-waren, in kramerijen, in hoeden en petten, in olie en traan, in Publieke Fondsen, in IJzerwaren en Spijkers, in hout, in naturaliën, in Speelkaarten.
Veel beroepen hebben te maken met de scheepvaart, oud-kapiteins en reders, veel stedelijke ambtsdragers en juristen ook. Verder een mengelmoes van beroepen die zicht geven op de bedrijvigheid die zich afspeelde in de Amsterdamse binnenstad, zoals:

Agent van de Assuradeurs van Engeland, Schotland, Frankrijk en Braband
Artensijmenger
Grutter
Hoedenstoffeerder
Kapitein der Nachtwacht
Koopman en Spitter in de Loterij
Koopman in stokvisch
Rijksweger
Scheepsmakelaar, Convooilooper en Commissionair
Schoolhouderesse
Siroopbrander
Sleeper
Steenkoper
Stroohoedenfabrikant
Tapper en Slijter in sterke darnk
Translateur
Varkensslagter
Winkelier en Koffijgeelmaker
Waskaarsenmaakster
Wollennnaaister
Geplaatst in Amsterdam | Tags: , , , , , , , , | 1 reactie

Nummers

nummers compOp zoek naar informatie over vroegere bewoners van ons huis, vond ik online in de Koninklijke Bibliotheek een adresboek uit 1840. Daarin heel veel nuttige informatie, een ‘naamregister van de notabele inwoners der stad Amsterdam voor het jaar 1839-1840’, van Aa, M.W. van der, Heerengr. Voorbij de Leliegr. 3171 tot Zijp, C, van der Voort van, Singel tusschen de Heisteeg en Spui, 3949 notaris.

In dit adresboek worden nog geen huisnummer vermeld. Die had Amsterdam in 1839 nog niet. Het stadsbestuur was al sinds de Franse tijd verplicht om bij te houden wie waar woonde, er waren verschillende systemen uitgedacht van wijknummers, buurtnummers en verpondingsnummers, die laatste nummers staan soms in dit adresboek, maar deze werden alleen gebruikt door het kadaster en de belastingdienst.

Iemand die rond 1840 op zoek was naar een bepaald adres moest het steeds doen met vage aanduidingen als ‘Op de Keizersgracht over het Huis van Barmhartigheid’, ‘over de besjestuin’, ‘bij den keizerl kofbaan’, Heerengr, over het park (welk park?), ‘Bloemmarkt over de Weessluis’. In een akte uit 1789 staat over ons huis bijvoorbeeld: ‘het negentiende huis vanaf de Brouwersgracht’, tellen dus. Bezoekers moesten heel vaak gaan vragen waar iemand precies woonde. Dat was toen vast geen probleem, men had de tijd en er was altijd wel iemand aan het werk in of rond het huis.

Rond 1820 werden, na veel discussies, de eerste straatnaambordjes aangebracht met daarbij het buurtnummer en de letters van de wijk. Pas in 1876 werd de huidige nummering ingevoerd, per straat of gracht. Links oneven, rechts even, gerekend vanaf de Dam. Wel zo makkelijk.

Zie ook: Amsterdam huisnummers https://wordpress.com/posts/wllmkalb.blog?s=huisnummers 

Artikel Ons Amsterdam over huisnummers http://onsamsterdam.nl/tijdschrift/jaargang-2010/69-nummer-6-juni-2010?start=4 

Geplaatst in Amsterdam | Tags: , , , , , | 1 reactie

De eeuwige bruid van de Keizersgracht

Schermafbeelding 2017-04-05 om 09.55.02Op zoek naar meer informatie over de geschiedenis van ons huis aan de Keizersgracht in het Gemeentearchief en op internet kwam ik dit merkwaardige stuiversromannetje tegen, uitgegeven in 1892 door J.A. Fortuyn te Amsterdam, kosten f 0,25. Als auteur staat alleen vermeld ‘M.J – L.O.’ Geheimzinnig en bijna anoniem, maar dat past wel bij het verhaaltje dat gaat over huwelijkszwendelarij, niets nieuws onder de zon. Het begint aldus:

Schermafbeelding 2017-04-05 om 10.11.48
Onder de verschillende bandieten, welke in het verborgen te midden der groote steden hun gemeen, gevaarlijk bedrijf uitoefenen, nemen de bemiddelaars voor huwelijkszaken gewoonlijk een onder- geschikte plaats in. Het is eene geestdoodende industrie, welke door deze lieden wordt gedreven. Noch moed, noch slimheid worden vereischt om een dommen, naar liefde dorstenden armen duivel een paar postzegels af te troggelen. En toch draait zich hun streven alleen om deze lage speculatie.
Wel is waar, wordt voor zeker soort lieden, die nooit uitsterven, het bemiddelen van huwelijken, met andere woorden, het verzamelen van postzegels een winstgevende zaak; toch zal geen bandiet, die op zijne eer gesteld is, voor zulk een schurk op kleine schaal den hoed afnemen, noch hem op eene andere wijze als zijnsgelijke beschouwen; want ook zij houden er een soort van eergevoel op na, en dit verbiedt iederen eerlijken schurk, zich in te laten met zulke kleinigheden als het bemachtigen van een paar postzegels. Nu heeft echter in overoude tijden eens een wijs man gezegd, dat er „geen regel zonder uitzondering” bestaat.
Deze oude waarheid heeft ook thans weder getoond noch steeds van kracht te zijn, want ook de tot nu toe zoo verachte praktijken der huwelijkszwendelarij kunnen zich gelukkig rekenen.
Ene Rinaldini met zijne Rosa zijn opgestaan, die daartoe geroepen zijn de huwelijkszwendelarij weder tot eer te brengen. Geniale schoften zijn zelfs in Amsterdam zeldzaamheden en een held, als onze Rinaldini, die het geëerde publiek beleefd en vol genie het vel over de ooren trekt, behoort toch wel erkend te wor- den. Wij zullen dus in de volgende regelen de eer hebben onzen geëerde lezers het doen en laten van den geniaalsten bandiet uit Amsterdam mede te deelen.
*
**
In gezelschap van een mijner vrienden, zat ik aan de leestafel bij Krasnapolsky. Een paar juist binnengekomen bezoekers, een heer en dame, kwamen evenzoo aan de tafel en maakten zich mees- ter van ongeveer een dozijn couranten, en trokken daardoor onze opmerkzaamheid.
In gezelschap van een mijner vrienden, zat ik aan de leestafel bij Krasnapolsky. Een paar juist binnengekomen bezoekers, een heer en dame, kwamen evenzoo aan de tafel en maakten zich meester van ongeveer een dozijn couranten, en trokken daardoor onze opmerkzaamheid.
Nadat zij zich aan een zijtafeltje hadden neergezet, zeide mijn vriend: „zie die twee lieden tegenover ons eens goed aan”, doch hoewel ik zulks deed zag ik niets bijzonders. – De dame was een meisje over wier ouderdom men niet met zekerheid kan oordeelen. Met een weinig toegevendheid kon men haar op ongeveer dertig jaar schatten.
De heer was bepaald tien of vijftien jaar ouder. Beiden, boewel zeer elegant gekleed, waren plomp in hunne manieren, evenals on- ontwikkelde lieden. „Waarschijnlijk buitenlui,” antwoordde ik. „Die zware gouden ketting is nog niet zoo onaangenaam als dat zoetsappige lachje Ge weet dat ik een weerzin heb tegen lieden met dien stereotypen lach.”
Daar hebt ge nu eindelijk eens gelijk met uwen tegenzin,” sprak hij, „want deze vriendelijke fatsoenlijke man is de geniaalste schurk van geheel Nederland, en de vrouw heet bij alle ingewijden „de eeuwige Bruid”. Zij wonen in een deftig huis op de Keizersgracht en leven, behalve van de interesten van hun bijeengescharreld vermogen, nog ten koste van die dromen, die nooit uitsterven.”
Geplaatst in Amsterdam, literatuur | Tags: , , , , , , | 2 reacties